12 februari 2026

Verkiezingsprogramma 2026-2030

1. SGP - lokaal en principieel

Samen
Besturen vraagt om een heldere kijk op het samenleven in ons dorp. Bij het besturen van de gemeente is daarom de vraag belangrijk: "wat kan ik bijdragen aan een goede ontwikkeling van de gemeente?" U moet zich als inwoner, als organisatie of bedrijf thuis voelen in Renswoude. Hier wil de SGP zich voor inzetten de komende jaren; samen met u en jou!

De SGP is een partij met visie. Bij het besturen van de gemeente wordt blijvend aandacht geschonken aan waarden en normen. Die behoren tot de belangrijkste basisvoorwaarden, het cement, voor onze samenleving. De SGP ontleent de waarden en normen aan de Bijbel, Gods Woord. Daarin wordt een aantal richtlijnen gegeven voor de inrichting van het dagelijkse leven en de omgang met elkaar zoals kort samengevat in de Tien Geboden. Deze hebben het welzijn van iedereen op het oog.

Betrouwbaar
De SGP vindt het vormgeven van een betrouwbaar, herkenbaar en geloofwaardig bestuur voor de lokale gemeenschap, vanuit een principiële overtuiging, van grote waarde. Dat is nodig voor een goed functioneren van het gemeentebestuur. En omdat naar de stellige overtuiging van de SGP de overheid een instelling van God is, hechten we sterk aan de erkenning daarvan door voor het openen en na het sluiten van de raadsvergaderingen een ambtsgebed uit te spreken.

Toekomstgericht
De SGP stelt gemeentelijke samenwerking boven gemeentelijke herindeling, omdat het belang van de lokale gemeenschap voorop staat. Daarom zijn zaken zoals bijvoorbeeld het voeren van een sociaal en verantwoorde financiële huishouding en het anticiperen op ontwikkelingen vanuit onze omgeving en de landelijke overheid van groot belang. Ook aandacht voor jeugd, ouderen en de zwakkeren in onze samenleving, toegang tot de woningmarkt, uitgifte van bedrijventerrein en het belang van een goed beleid voor het buitengebied zijn voor de SGP specifieke aandachtspunten. Daarnaast speelt uiteraard de klimaatverandering en de gevolgen voor onze gemeente, zoals netcongestie, energietransitie en energieneutraal bouwen, waar de komende periode verder beleid op ontwikkeld wordt. De SGP vindt dat dit weloverwogen en verantwoord moet worden ingepast naar onze inwoners, gebruikers en omgeving. Dit vormt de basis voor het programma wat in dit document is beschreven. Het is naar onze vaste overtuiging goed voor de kwaliteit van samenleven in onze gemeente.

SGP-fractie Renswoude

2. Renswoude – perspectief in vogelvlucht

In dit hoofdstuk vindt u in grote lijnen de visie van de SGP op de ontwikkeling van onze gemeente. Deze visie is aan de hand van zes perspectieven uitgewerkt:
1. Bestuurlijk
2. Ruimtelijk
3. Economisch
4. Maatschappelijk
5. Financieel
6. Duurzaamheid

2.1 Bestuurlijk perspectief
De gemeentelijke organisatie dient slagvaardig, transparant en klantgericht te zijn. De SGP is voorstander van gemeentelijke samenwerking, wanneer zaken een grotere bestuurlijke organisatie vereisen. Het belang van de lokale gemeenschap staat voorop.
Naar de burger is goede communicatie, openheid en de onderlinge samenwerking bij het besturen van onze gemeente van groot belang. Op het gebied van communicatie is het van belang dat er tijdig en volledig wordt gecommuniceerd via de beschikbare (digitale) middelen.

Hoewel de landelijke overheid het niet makkelijker maakt, vindt de SGP dat er voor gewetensbezwaarde ambtenaren ruimte moet zijn en blijven binnen de gemeentelijke organisatie. Iedere vorm van discriminatie op dit gebied dient te worden tegengegaan.

Rampenbestrijding moet blijvend aandacht krijgen; als er onverhoopt op dit gebied zich iets voordoet moeten we voorbereid zijn. Daarom moet de gemeente (gemeentelijke diensten) hiervoor voldoende zijn uit- en toegerust.

2.2 Ruimtelijk perspectief
De ruimte in Renswoude om te bouwen is aan grenzen gebonden. Er zullen daarom altijd afwegingen moeten worden gemaakt tussen het belang van wonen en bewoners, werken recreëren, openbaar groen en ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Deze belangen kunnen tegenstrijdig zijn en dat vraagt om evenwichtige keuzes om tot een goed woon-, werk- en leefklimaat te komen.
Belangrijk aandachtspunt in het kader van het volkshuisvestingsbeleid is de (financiële) bereikbaarheid van woningen voor starters, eenpersoonshuishoudens en senioren. Voor de verdere uitbreiding van Renswoude is het van belang dat een goede balans gehanteerd wordt in woningdifferentiatie (sociale huur, midden huur, sociale koop, betaalbare koop en vrije sector).
Het tekort aan betaalbare starterswoningen voor onze jongere inwoners is verschoven van aandachtspunt naar speerpunt. Bouwen voor senioren met bijpassende (zorg-) voorzieningen is ook belangrijk: Dit is een groeiende groep, en door deze groep te bedienen wordt de doorstroming op de woningmarkt bevorderd. We staan geleidelijke groei voor, zodat we het karakter van ons dorp behouden.
In zowel nieuwe als bestaande wijken draagt herinrichting en het onderhoud van groen onmiskenbaar bij aan de kwaliteit en beleving van de leefomgeving. Bezuinigingen op onderhoud passen niet zonder meer bij het op een aanvaardbaar niveau houden van het aanzien van ons dorp.
De vaak gehoorde wens om, vanwege het autobezit, parkeernormen te verruimen, mag niet ten koste te gaan van het groen. Uitgangspunt van de SGP is dat hierbij een terughoudend beleid gevoerd moet worden. Als alternatief voor de auto blijven wij ons inzetten voor een goed openbaar vervoer.

Zorg voor natuur en landschap is vanuit meerdere oogpunten onze taak. Denk daarbij aan welbevinden van bewoners en bezoekers, rentmeesterschap, impact op toekomstige ontwikkelingen en het realiseren van openbaar groen. Dit ook in het kader van Groen Groeit Mee.
De ontwikkeling van natuurgebieden, mogelijk deel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur, in overleg met de agrarische sector wordt niet op voorhand afgewezen. Deze sector is van oudsher de beheerder en onderhouder van het landschap en de natuur in onze gemeente.

De kwaliteit van de verkeersinfrastructuur is van belang, mede omdat dit ook bijdraagt aan veiligheid en bereikbaarheid. Hierbij wordt met name aandacht gegeven aan de verbeteringen voor de N224, de Dorpsstraat, Barneveldsestraat, Emminkhuizerlaan en de Hopeseweg

2.3 Economisch perspectief
De SGP blijft zich inzetten voor versterking van de lokale economie binnen de gemeente Renswoude. Dit betreft zeker het ondersteunen waar nodig en mogelijk is van de lokale middenstand om de leefbaarheid van ons dorp te bevorderen. Daarom dient blijvend te worden geïnvesteerd in de samenwerking en communicatie tussen het gemeentebestuur en ondernemers, waarbij de SGP principieel voorstander is van de zondagssluiting van winkels.

Als het gaat om bedrijfsmatige activiteiten worden belangrijke stappen gezet o.a. in de ontwikkeling en uitgifte van het nieuwe bedrijventerreinen Groot Overeem II. Daar is straks ruimte voor lokale ondernemers en voor innovatieve bedrijven die passen binnen de strategie van Foodvalley.

Daarnaast is lokale en regionale samenwerking vereist voor het welslagen van een gemeentelijk economisch beleid.


2.4 Maatschappelijk perspectief
De SGP ziet de kwaliteit van de samenleving als een belangrijk aandachtspunt. Welvaart heeft hierop maar beperkt invloed, het gaat hierbij ook om het welzijn! Bijdragen aan de kwaliteit van de samenleving houdt daarom meer in dan het alleen maar beschikbaar stellen van financiën aan onderwijs, sport en/of kinderopvang etc. Kwaliteit behelst zeker ook immateriële waarden en het geestelijke welzijn.

Er zijn inwoners in onze gemeente die geen betaald werk kunnen doen of eenmaal uit het werkproces nauwelijks meer aan het werk kunnen komen, zonder dat ze hier zelf voor kiezen. Voor hen betekent economische groei niet per definitie dat zij het in materieel opzicht beter krijgen; het tegendeel is vaker van toepassing. De gemeente dient blijvende aandacht te schenken aan deze doelgroep en het minimabeleid moet erop gericht zijn met name deze doelgroep te ondersteunen. Iedereen doet mee!

Kwalitatief goed onderwijs is van vitaal belang voor de toekomst van onze jongeren. Investeren in het onderwijs betekent investeren in de samenleving. De SGP pleit voor een verantwoord en doelmatig onderwijsbeleid. Ook waar het investeringen betreft als onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer.

Ontspanning, sport en recreatie in deze tijd van 'druk en stress’ zijn van belang voor het welbevinden en de gezondheid. Wanneer om die redenen sportvoorzieningen worden aangelegd, staat de SGP positief ten opzichte van de realisering. Daarbij dienen de kosten in de hand te worden gehouden. In de besluitvorming over deze voorzieningen is de handhaving van de zondagsrust bepalend voor de principiële keuze van de SGP.

Jeugdzorg is een gemeentelijke taak en de SGP gevoelt dit als een grote verantwoordelijkheid. Jongeren die jeugdzorg nodig hebben, mogen niet in een bureaucratische molen terecht komen, maar moeten tijdig en efficiënt geholpen worden. In uitzonderlijke gevallen waarin de toekenning van jeugdzorg niet binnen de gestelde verordening plaats kan vinden, dient in overleg gezocht worden naar een oplossing in het sociaal en verantwoord belang van de jongere.

Niet alleen zorgen: ook kansen! De jeugd verdient onze aandacht, want 'wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. Ook de basisschooljeugd heeft recht op een eigen plaats. Speelterreintjes mogen daarom in de wijken niet ontbreken. In de nieuwbouwwijk Beekweide zijn verschillende mooie speelplaatsen gerealiseerd voor onze kinderen. In het kader van het Speelbeleidsplan worden alle speelplaatsen in Renswoude de komende jaren ge-update en vernieuwd.

Als het gaat om kinderopvang blijft de SGP van mening dat kinderopvang geen primaire overheidstaak is, ondanks alle stimuleringsmaatregelen door de landelijke overheid. De SGP huldigt hierin het profijtbeginsel: de gebruiker betaalt.


2.5 Financieel perspectief
De SGP staat gezond financieel beleid voor. Eén van de aandachtspunten daarbij is dat de gemeentelijke reserves op verantwoord niveau dienen te zijn, mede om te voorkomen dat de gemeente in een ongewenst proces terechtkomt van toezicht of (verplichte) herindeling. Als graadmeter kan het jaarlijks BDO-benchmark onderzoek Nederlandse gemeenten dienen, waarin de huidige positie dan niet zonder reden mag verslechteren.
Bezuinigingen gaan vóór lastenverzwaring! Wanneer de meerjarenbegroting een stijgende lijn laat zien, kunnen nieuwe initiatieven worden ontwikkeld. Wanneer de meerjarenbegroting echter een neergaande lijn laat zien, zal de SGP kiezen voor het doorvoeren van bezuinigingen of het heroverwegen en/of temporiseren van geplande investeringen en bestedingen. Het uitgangspunt moet zijn dat structurele uitgaven gedekt moeten worden door structureel aanwezige financiële ruimte.
Als voorbeeld mogen aanpassingen van de uitkeringen uit het Gemeentefonds en de naar de gemeenten overgedragen (zorg)taken dus niet een automatische verhoging van de onroerende-zaak belasting betekenen. Alleen indien is aangetoond dat bezuinigingen of investeringsbeperkingen een sluitende (meerjaren) begroting niet mogelijk maken, mogen heffingen zoals OZB, retributies met meer dan de inflatiecorrectie worden verhoogd.

De SGP is voor een duidelijk subsidiebeleid met heldere spelregels. Bij het verlenen van subsidies moet altijd goed voor ogen worden gehouden dat het gaat over gemeenschapsgeld. Verlenen van subsidie heeft daarom niet per definitie een permanent karakter. De SGP vindt daarbij dat gesubsidieerde activiteiten niet in strijd mogen zijn met christelijke waarden en normen.

2.6 Duurzaamheidsperspectief
De gemeente kan als geen ander de rol van onafhankelijk adviseur op zich nemen. Het is van belang dat onze inwoners zich gesteund weten door de lokale overheid bij het verduurzamen van hun huis, gedrag en leefomgeving. De rol van de gemeente is daarbij vooral faciliteren en ondersteunen. De SGP is geen voorstander van structurele subsidiëring van particuliere duurzaamheidsinitiatieven.
Daarnaast behoort de gemeente een voorbeeldfunctie te geven. De lopende initiatieven daarvoor bestaan uit zaken als bouwen door het woningbedrijf van woningen met ‘nul-op-de-meter’ en het hoogst mogelijke Energielabel (A++++) Dit moet ook blijvend worden gestimuleerd voor particulieren. Daarnaast dient de gemeente op haar eigen panden zoveel mogelijk te voorzien in zonne-energie en circulair bouwen bij de eigen projecten.

In het kader van de Regionale Energie Transitie (RES) is de discussie over de verdere invulling een aandachtspunt.

Renswoude heeft binnen de RES (Regionale Energie Strategie) een bod gedaan om 20GWh duurzame energie op te wekken in 2030.We spannen ons in om dat bod te halen, maar lopen wel tegen netcongestie aan. Daar hebben we geen invloed op. Dit probleem speelt in alle gemeenten. De prognoses van Stedin voor wanneer het net wel genoeg capaciteit heeft schuift steeds verder op. Andere problemen: terugleveren van zonne-energie is financieel niet altijd interessant, constructies niet altijd geschikt voor plaatsen van panelen op daken. Als het gaat om verduurzaming van bestaande bebouwing heeft de gemeente een blijvende taak in voorlichting en stimulering. Dit kan door bijvoorbeeld informatie te verstrekken over de subsidiemogelijkheden voor isolatie van bestaande woningen en te wijzen op bestaande regelingen.

Volgorde van wenselijkheid:
1. Energie besparen en isoleren en zon op dak. Hier heeft de gemeente al veel in gestimuleerd, en daar gaan we mee door. Burgers kunnen gratis advies krijgen over verduurzaming van hun woning. De gemeente verstrekt betrouwbare en volledige informatie die mensen helpt om keuzes te maken.
2. Met zon op (agrarisch) land zijn we terughoudend, maar als er geen alternatieve manieren zijn om onze doelen te halen komt dit wel in beeld. Dan bij voorkeur op restgronden en niet op zichtlocaties.
3. Tegen windturbines. Helaas hebben we dit niet helemaal zelf in de hand, de provincie oefent druk uit.

Voor bedrijventerreinen: in overleg blijven met ondernemers voor lokale oplossingen, bijvoorbeeld voor opslag van energie en gebruik van waterstof. Leveringszekerheid is belangrijk.

De komende periode wordt het warmteplan concreter. Dit is een plan om in 2050 alle woningen van het gas af te hebben, conform wettelijke plicht. Per wijk moeten we kijken naar de beste oplossing en planning. Te denken valt aan warmtenetten of warmtepompen. Verwarmen met waterstof lijkt niet echt kansrijk voor woningen, dus daarom geen gasleidingen gaan aanleggen in nieuwbouwwijken.

Netcongestie. Tennet het nu al over 2033 als het gaat om verbeteren en uitbreiden van het stroomnet; dit was eerst 2029. De gemeente dient actief mee te denken met initiatieven van ondernemers voor energie opwekken/opslaan en de mogelijke opslag van waterstof op het bedrijventerrein. Een eerste snelle verandering is het lokaal oplossen van energiebehoefte: lokaal opwekken, lokaal verbruiken. Daarnaast is het nog onduidelijk hoe de RES gaat lopen, waarbij de doelstelling is om het afgesproken bod te halen. Mogelijk worden we ingehaald door de realiteit omdat zaken niet aangesloten kunnen worden. We blijven vooralsnog ageren tegen windmolens in het buitengebied, en geven bij een mogelijk tekort dan de voorkeur voor beperkte uitbreiding van zon op land. Daarom dient uitvoering in nauw overleg te worden uitgevoerd om onjuiste verwachtingen en desinvesteringen te voorkomen.

De gemeente geeft het goede voorbeeld, door gebouwen energiezuinig te maken, elektrisch te rijden, en bijvoorbeeld gebruik te maken van ledverlichting voor lantaarnpalen.
3. Het bestuurlijk perspectief

3.1 Gemeente duaal
De SGP is voor duidelijke, open en transparante informatievoorziening naar onze inwoners.
Met het stellen van alleen maar regels lossen we niets op.
Het is goed dat het college van burgemeester en wethouders meer bevoegdheden krijgt om de gemeente te besturen. De SGP vindt wel, dat de gemeenteraad voldoende middelen moet hebben om het college te controleren. De balans moet daadwerkelijk in evenwicht zijn. En, heel belangrijk, onze inwoners moeten de politiek en het bestuur weer interessant gaan vinden! Hoe doen we dat dan?
Naast de rechten die de wet aan raadsleden toekent pleit de SGP ook voor de volgende punten:

3.1.1 Wethouders vanuit de lokale partijen en inwoner van gemeente
Hoewel de wethouders ook van buiten de gemeente gekozen mogen worden, is de SGP van mening, dat de wethouder bij voorkeur uit de inwoners van onze gemeente benoemd moet worden. Deze kandidaat wethouders dienen daarbij op de kandidatenlijsten van de in de raad gekozen fracties te staan. Dat geeft duidelijkheid en binding.

3.1.2 Burgerraadsleden en politieke betrokkenheid
Om de interesse voor de gemeentepolitiek te vergroten en om aan kadervorming binnen de partij/fractie te doen, blijft de SGP voorstander van burgerraadsleden. Betrokken inwoners kunnen in de raadscommissie zitting hebben namens hun partij.

3.1.3 Handhaving vertrouwensregel
Herkenbaarheid van en vertrouwen in de politiek zijn belangrijke waarden. De gemeenteraad zal zijn bevoegdheden serieus moeten nemen. Dit houdt ook in dat een wethouder, die niet op het vertrouwen kan rekenen van de (meerderheid van de) gemeenteraad, daar consequenties aan verbindt.

3.2 De gemeente als gemeenschap
Gemeenten vormen als autonome organisaties de basis van ons bestuurlijk stelsel. De SGP vindt dat er goede redenen zijn om zo lang mogelijk vast te houden aan de zelfstandigheid van gemeenten. Herindeling leidt tot grotere afstand tussen bestuur en burger en vaak tot een verminderde betrokkenheid van de burger bij het bestuur. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van de lokale democratie. Voor de SGP is gemeentelijke schaalvergroting niet hét middel om problemen op te lossen, maar ambtelijke samenwerking kan in voorkomende gevallen de juiste weg zijn. De voordelen van de samenwerking binnen Foodvalley mogen wij daarbij niet uit het oog verliezen.
3.3 Met en voor de burger
Het gemeentebestuur is er om de wettelijke taken uit te voeren. Niet alles wat een inwoner wil kan. Bij wensen van de inwoners moeten door gemeenteraad en college alle belangen afgewogen worden. Het is van groot belang dat gemeentebestuur en inwoners daarin naar elkaar blijven luisteren en communiceren. Voor de SGP is bovendien belangrijk, dat te nemen besluiten in overeenstemming zijn met de door God in de Bijbel gegeven regels.

3.3.1 SGP is vóór interactieve beleidsvorming.
Interactieve beleidsvorming betekent dat de (betrokken) inwoners meepraten. Hiermee wordt ook draagvlak gecreëerd, zeker bij ingrijpende projecten. Voorwaarde is echter dat vooraf duidelijke kaders naar de inwoners worden gecommuniceerd. Duidelijke spelregels en randvoorwaarden voorkomen dat er verwachtingen gewekt worden, waaraan later niet beantwoord kan worden. Indien suggesties of ideeën van onze inwoners niet worden overgenomen, moet duidelijk gemotiveerd worden waarom dat niet gebeurt. De eindafweging is altijd de verantwoordelijkheid van de democratisch gelegitimeerde raad.

3.3.2 Vóór het burgerinitiatief
De SGP is voorstander van het burgerinitiatief waarbij inwoners, onder voorwaarden, het recht krijgen om bepaalde onderwerpen op de politieke agenda te plaatsen. Vervolgens moet de gemeenteraad zich daarover uitspreken.

3.3.3 Besturen in samenspraak
Raadsleden moeten met beide benen in de maatschappij staan. Het gemeentebestuur is zichtbaar in de samenleving, door bijvoorbeeld werkbezoeken, een toegankelijke website en door te investeren in contacten met onze inwoners.
3.4 De gemeente in de digitale wereld
De verplichtingen voor de gemeente vanuit de wettelijke kaders zijn veel en breed. Daarvoor wordt de ambtelijke organisatie ondersteunt door de inzet van digitale gegevensverwerking. Hier spelen zaken als omvang, kosten en veiligheid een rol.

3.4.1 Intern
De ICT middelen binnen de gemeentelijke diensten moet op een kwalitatief goed niveau worden gehouden om alle taken uit te kunnen voeren. Vanwege de vele aandachtsgebieden om de benodigde software te kunnen gebruiken en de beperkte lokale organisatie, is de SGP voorstander van voortgaande samenwerking met Veenendaal.

3.4.2 Website
In het kader van voorlichting en informatie aan de inwoners vervult een overzichtelijke gemeentelijke website een nuttige functie. Het is zaak dat de gemeentelijke website voortdurend actuele gegevens bevat.
Daarnaast zal digitale dienstverlening steeds meer een rol spelen in de onderlinge communicatie tussen gemeente en inwoners. De ontwikkelingen zullen we blijven volgen en waar nodig hier aandacht voor vragen.

3.5 De gemeentelijke organisatie
3.5.1 Het ‘Er zijn voor de burger’.
De SGP vindt het een vereiste dat de gemeentelijke organisatie slagvaardig, informatief en burgergericht is. Doelgericht en open meedenken met de burger voorkomt eenrichtingsverkeer en bevordert de samenwerking. Dan ziet de burger ook dat de gemeente er is voor de inwoners.

3.5.2 Ruimte voor gewetensbezwaren
De huidige maatschappij wordt gekenmerkt door een toenemende mate van intolerantie. De SGP vindt het tolerant, wanneer ambtenaren die op levensbeschouwelijke gronden (wettelijke) taken niet kunnen uitvoeren, die ruimte ook wordt gegund.

3.6 Openbare orde en veiligheid
Landelijk wordt veelal de norm van één wijkagent op 4.000 inwoners gehanteerd. Onze gemeente haalt dit percentage niet. De mogelijkheden van de gemeenteraad om de politiesterkte te vergroten zijn klein. Toch moet het gemeentebestuur er voortdurend op toezien dat de veiligheid van de burger niet in het gedrang komt. Daarom wil de SGP in het kader van handhaving van de openbare orde het veiligheidsbeleid hoog op de agenda laten staan
Voor de SGP zijn samenhang in beleid (integrale benadering) en de handhaving sleutelwoorden voor het welslagen van veiligheidsbeleid.

Controle en handhaving zijn nodig om te zorgen dat afgesproken regels ook worden nageleefd. Zonder handhaving heeft het maken van afspraken geen zin. De SGP staat voor een consequent handhavingsbeleid. Prioritering zal hierin onontkoombaar zijn.
De SGP vraagt overigens bij lokale evenementen nadrukkelijk aandacht voor handhaving en preventie ter voorkoming van geluidsoverlast en drankmisbruik.

3.6.3 Rampenbestrijding
Een ander beleidsterrein dat ook de regelmatige aandacht van de gemeenteraad vraagt, is de rampenbestrijding. De SGP vindt dat het gemeentelijke rampenplan ‘up to date’ moet zijn. Kernpunten daarin zijn: bestuurlijke samenwerking en organisatie in VRU verband, inventarisatie en analyse van risico's, opleiding, preventie, oefening en toezicht.
De vergaande digitalisering van de dienstverlening en de daarbij behorende afhankelijkheid vraagt de nodige aandacht. Zeker ook nu dit door de internationale spanningen en invloeden een meer dan belangrijk punt is. Hiervoor komt nieuwe wet- en regelgeving en zal waarschijnlijk


4. Het ruimtelijk perspectief

De ruimte in Nederland is schaars. Bij de indeling en verdeling van de ruimte is een verantwoord ruimtelijk ordeningsbeleid nodig. Bij ruimtelijke ordening moet niet alleen gedacht worden aan de openbare ruimte direct om ons heen. Er zijn tal van andere aandachtsgebieden, zoals grondbeleid, onteigening, wonen, werken, maatschappelijke voorzieningen, recreëren, verkeer en vervoer, stedelijke vernieuwing, monumentenzorg (zie 6.2.6), milieu en reclamebeleid.

4.1 Grondbeleid en voorkeursrecht gemeenten
Binnen het ruimtelijke beleid is het grondbeleid een belangrijk ordenend en sturend instrument voor de gemeentelijke overheid. Alleen wanneer daar het algemene belang mee gediend is, is de SGP voorstander van een actief gemeentelijk grondbeleid. Het kan daarbij gaan om het bouwen van woningen, het aanleggen van bedrijventerreinen, infrastructuur of groengebieden. Wanneer grond verworven moet worden van particulieren, wordt het eigen (agrarisch) bezit gerespecteerd. Bij verwerven van toekomstig benodigde gronden ligt wat ons betreft dan het zorgvuldig toepassen van het voorkeursrecht als eerste maatregel voor de hand. Lukt het niet om in onderling overleg tot overeenkomst te komen en brengt het de ontwikkeling van een totaalproject in gevaar, dan kan in het uiterste geval tot onteigening worden overgegaan in het kader van het algemene belang. Het standpunt van de SGP is dat daarbij nadrukkelijk met de belangen van de betreffende burger/belanghebbende rekening gehouden wordt.
Van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, kan in voorkomende gevallen gebruik worden gemaakt. Ook bij deze toepassing moet gerealiseerd worden, dat een inbreuk op het eigendomsrecht gepleegd wordt. Hoewel de SGP erkent dat economische, ruimtelijke en sociale processen zich niet aan gemeentegrenzen houden en een bovenlokaal grondbeleid van belang kan zijn, wil zij zich niet al te enthousiast storten op een regionaal grondbeleid. Alle voor- en nadelen dienen vooraf zorgvuldig te worden afgewogen.

4.2 Ruimtelijk beleid
4.2.1 Structuur-en omgevingsplannen
De bevoegdheid van de gemeente op het gebied van de ruimtelijke ordening komt vooral tot uitdrukking in de opstelling en vaststelling van structuur- en bestemmingsplannen. Het zwaartepunt van een bestemmingsplan ligt bij de aanwijzing van de verschillende functies zoals wonen, werken, Maatschappelijke bestemmingen, recreëren, natuur en landschap in het plangebied. Dat plan moet uiteraard passen binnen het door het Rijk en/of provincie vastgestelde ruimtelijk beleid.
In zo’n plan wordt concreet invulling gegeven aan het ruimtelijke beleid van de gemeente. Bestemmingsplannen dienen flexibel en globaal van opzet te zijn en te voorzien van vrijstelling- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kan op een later moment maatwerk geleverd worden t.a.v. individuele wensen van onze inwoners. Participatie van de inwoners door het beleggen van bewonersavonden (zoals de huidige raadsperiode steeds vaker gebeurt) is hierin een belangrijk aandachtspunt. De Omgevingswet zal het e.e.a. in de toekomst duidelijk moeten verwoorden.
Inwoners dienen op tijd en goed geïnformeerd te worden over de vaststelling van nieuwe en wijzigingen van bestaande bestemmingsplannen zodat tijdig inspraak of een zienswijze ingediend kan worden. Daar dient dan zorgvuldig mee te worden omgegaan: voorgeschreven termijnen worden door de gemeente aangehouden. Wordt daarvan afgeweken, dan worden de inwoners daarover tijdig geïnformeerd.

De SGP vindt dat nadrukkelijk de mogelijkheden bekeken moeten worden om voldoende huisvesting voor de plaatselijke bevolking te realiseren. De gemeente moet daarom een integrale visie op de kwaliteit van de leef- en woonomgeving hebben. In die visie worden de contouren van zowel de bebouwing als het (door gemeente gewenste) groen in samenhang met beschreven. Ook de mogelijkheid van daarbij gewenste dan wel noodzakelijke voorzieningen.

Wanneer er sprake is van gemeentegrens overschrijdende ontwikkelingen moet de gemeente nauw samenwerken als dat meerwaarde heeft. De SGP sluit verdere vormen van samenwerking op dit onderdeel daarom niet uit waarbij het uitgangspunt is dat de gemeentelijke belangen er duidelijk mee gebaat moeten zijn.

4.2.2 Prostitutie
In de Bijbel worden belangrijke regels gegeven voor het dagelijkse leven. Eén van die regels houdt in, dat het huwelijk in ere gehouden moet worden en dat geen overspel mag plaatsvinden. Op tal van plaatsen wordt in de Bijbel opgeroepen de huwelijkstrouw niet te breken. De SGP wijst vestiging van seksinrichtingen e.d. dan ook nadrukkelijk af. Het instrument ruimtelijke ordening geeft hiervoor mogelijkheden.

4.2.3 Begraven, urnenmuur en strooiveld
Begraven is een kwestie van christelijke levensstijl. De gemeente voorziet daarom in voldoende en gepaste gelegenheid voor het begraven van overledenen. Alhoewel de SGP de bouw en exploitatie van crematoria en aanleg van urnenmuren op de begraafplaats principieel afwijst, is duidelijk dat het laatste behoort tot de taak van het gemeentebestuur. Ten aanzien van de (wettelijke) verruiming van de mogelijkheden tot het verstrooien van as moet het gemeentebestuur zo min mogelijk locaties voor de incidentele verstrooiing aanwijzen. Moeten we hier geen visie op de tarieven opschrijven? Tarieven begraven gaan maximaal met de inflatie omhoog.
4.2.4 Waterbeheer
De verontreiniging van het oppervlaktewater is voor de SGP een grote zorg. Daarom is het goed dat gemeenten en waterschappen de handen ineenslaan om dit tegen te gaan en heeft handhaving van de milieuregels op dit terrein prioriteit. Ook de invulling van de wettelijke plicht om waterbuffering in een gebied te hebben (voor drogere periode) met daarbij ook de mogelijkheid tot versneld afvoeren van water (bij overtollige regen) verdient de nodige aandacht.
4.2.5 Afvalinzameling
De SGP is voorstander van het principe 'de vervuiler betaalt'. Dat principe houdt in, dat hoe minder afval de onze inwoners produceren, des te minder zij daarvoor betalen. De gemeente moet haar onze inwoners blijvend stimuleren en faciliteren het afval gescheiden aan te bieden. Concreet kan dit door jaarlijks de kengetallen hierover te publiceren om het bereikte resultaat te delen en daar waar nodig actieve communicatie op te zetten om bij te sturen.

4.2.6 Natuur en openbaar groen
De ontwikkeling van (nieuwe) natuurgebieden, mogelijk deel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur, wordt -behoudens wettelijke verplichtingen- niet op voorhand afgewezen. Daarbij vindt de SGP dat agrarische bedrijfsvoering zo min mogelijk mag worden belemmerd en dienen agrariërs juist betrokken te worden bij het natuur- en landschapsbeheer.
Aan het groenonderhoud mogen eisen worden gesteld om de kwaliteit van de leefomgeving op niveau te houden. De SGP is voor regelmatig en doeltreffend onderhoud van het openbare groen. Dit mag niet om economische redenen nagelaten worden.

4.2.7 Buitenspeelruimten en speelmogelijkheden
Bij de inrichting van de openbare ruimte mag het kind niet ‘het kind van de rekening’ zijn. Concreet vindt de SGP dat er voldoende buitenspeelruimten en gevarieerde speelmogelijkheden moeten zijn én onderhouden moeten worden. De SGP heeft bepleit dat dit ook in de beschrijving van het bestemmingsplan wordt opgenomen. De SGP steunt nadrukkelijk het Speelbeleidsplan wat er nu ligt. Dit houdt in dat de komende raadsperiode gefaseerd de speelplekken in Renswoude dienen te worden ge-update of vernieuwd!
4.3 Wonen
4.3.1 Wonen in onze gemeente
Eén van de belangrijkste eisen die onze inwoners stellen aan hun woonomgeving is dat deze van een goede kwaliteit moet zijn. Het gaat dan niet alleen om een goede woning, maar ook om zaken als de aanwezigheid van voorzieningen, groen, goede infrastructuur en voldoende openbaar vervoer. De SGP vraagt bij de beschrijving van bestemmingsplannen nadrukkelijk aandacht te besteden aan kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Voor zover het in het vermogen van het gemeentebestuur ligt, wordt bij de aanleg van een nieuwbouwwijk, deze in een zo vroeg mogelijk stadium voorzien van goede infrastructuur. Daarbij is ook bereikbaarheid van het openbaar vervoer een punt van aandacht.

4.3.2 Volkshuisvesting
De SGP vindt het belangrijk dat voor de samenstelling van een nieuwe woonwijk, of herinrichting van een wijk, een balans gevonden wordt in de woningdifferentiatie: sociale huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen, naar behoefte van de inwoners van Renswoude. Het bouwen naar lokale behoefte is ook een belangrijke bouwsteen in onze woonvisie. Het moet voor starters en éénverdieners mogelijk zijn een eigen woning te huren of te kopen. Daarom heeft het voorkeursbeleid met de mogelijkheden voor toewijzing van 50% van woningen aan mensen met lokale binding de volledige instemming van de SGP en als er meer mogelijk is zal dit ook ondersteund worden.

De vergrijzing van de bevolking blijft verder toenemen. De behoefte aan senioren- en ouderenwoningen zal daardoor ook toenemen en deze ontwikkeling moet nadrukkelijk in de beleidsvorming worden meegenomen. Daarnaast moeten de mogelijkheden van aanpasbaar en aangepast bouwen moeten bij de planuitvoering optimaal worden benut: een doelstelling binnen de WMO.
Aan plannen voor het bouwen bij, of aanpassen van, bestaande woningen tot woonruimte waar meerdere generaties bij elkaar kunnen wonen, verleent de SGP graag haar steun. Op deze manier is het mogelijk dat kinderen de ouders kunnen verzorgen, wanneer zij niet meer zelfstandig kunnen wonen.
De SGP staat achter de door de raad vastgestelde gemeentelijke woonvisie waarin bovenstaande min of meer is verwoord.

4.4 Verkeer en vervoer
4.4.1 Verkeers-(veiligheids)beleid
Bij het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente verdient de verkeersveiligheid blijvende grote aandacht. Als het gaat om de schoolgaande jeugd is de SGP blij met de al getroffen maatregelen rondom de Stifthorst, bij de Borgwal en de schoolfietsroute richting Ederveen. We blijven monitoren of de getroffen maatregelen voldoende effect hebben.

4.4.2 Handhaving bij verkeersveiligheid
De komende jaren wordt verdere uitvoering gegeven aan duurzaam veilig. Voor het welslagen van het verkeers-(veiligheids)beleid is echter meer nodig dan alleen maar infrastructurele maatregelen. Verkeershandhaving, communicatie, voorlichting en educatie maken ook onderdeel uit van het beleid. Handhaving is een belangrijk onderdeel van het verkeer en veiligheidsbeleid. In het overleg tussen de politie, het openbaar ministerie (OM) en het gemeentebestuur, waarin de handhavingsprioriteiten worden vastgesteld, moet door de raad voortdurend worden aangedrongen op een consequente handhaving.
De SGP ondersteunt de genomen snelheidsremmende maatregelen in woonwijken, en het afdwingen van streefsnelheid binnen 30-km gebieden door de vormgeving van het straatbeeld.


4.4.3 Toegankelijkheid en bereikbaarheid
Overzichtelijkheid en eenduidigheid van de wegenstructuur komen de verkeersveiligheid ten goede. Bij de aanleg en het beheer van wegen, voet- en fietspaden dient daarom altijd rekening te worden gehouden met ouderen, gehandicapten en kleine kinderen.
De SGP houdt het gemeentebestuur verantwoordelijk voor de correcte aanleg en het onderhoud van de wegen, inclusief de fiets- en voetpaden. Goed onderhoud verhoogt de kwaliteit van de leefomgeving en voorkomt aansprakelijkheid in geval van schade. De SGP wil hier in overleg voldoende budget voor vrijmaken.

Een ander thema is toegankelijkheid en bereikbaarheid. Dit is een aandachtspunt bij het nemen van maatregelen op het gebied van snelheidsbeperking, functiewijziging of afsluiting van wegen. Hulpdiensten, en zeker waar het gaat om het principe 'iedere seconde telt', mogen hier geen hinder van ondervinden.

4.4.4 Openbaar vervoer en fietsgebruik
De SGP is een voorstander van het gebruik van het openbaar vervoer en de fiets. Waar nodig moet het gemeentebestuur wijzen op hiaten in aansluitingen tussen de diverse openbaar vervoerslijnen of in het aanbod (frequentie) van het openbaar vervoer bij vervoersmaatschappijen en provincie.
Om het gebruik van de fiets te bevorderen, heeft de gemeente voor goede fietspaden en fietsroutes gezorgd. Ter vermindering van de sociale onveiligheid dient ieder fietspad van goede verlichting te worden voorzien. De SGP vraagt daarbij aandacht voor de kwaliteit van het trottoir en het fietspad langs de Dorpsstraat. Volgens plan zou dit gelijk met de aanpak van de N224 in 2026/2027 meegenomen moeten worden.
5. Economisch perspectief

De SGP hecht groot belang aan economische bedrijvigheid. De SGP vindt het belangrijk dat er voor de ondernemers binnen de gemeentegrenzen een gunstig ondernemersklimaat heerst. De rol van de gemeente hierin is faciliteren, initiëren en sturen. Economische bedrijvigheid staat niet op zichzelf. De aanleg van bedrijventerreinen of de meer kleinschalige realisatie van bedrijven en horecagelegenheden moet daarom in relatie tot (woon)omgeving beoordeeld worden. De SGP onderkent het belang van economische groei en economische vooruitgang, maar wil hierbij het rentmeesterschap, ‘het bouwen en bewaren’, niet uit het oog verliezen.

5.1 Economische visie
Bij vernieuwingsprojecten, uitbreiding- en/of herstructureringsopgaven die een economische doelstelling hebben moet de gemeente een economische visie ontwikkelen.
Bovendien is voor het welslagen van het gemeentelijk economisch beleid lokale en regionale samenwerking, zoals binnen Foodvalley, vereist. Hierbij denken wij aan gemeente-overstijgende vraagstukken en infrastructurele knelpunten.

5.2 Agrarische sector
De agrarische activiteiten in het buitengebied staan onder druk. Het aantal agrariërs dat zijn werkzaamheden beëindigt, neemt toe. De SGP wil het karakter van de landelijke gebieden zoveel mogelijk behouden o.a. door met de blijvende ondernemers binnen de agrarische sector in deze gebieden goed te overleggen. Bouwen in het buitengebied mag niet ten koste gaan van de vitaliteit van de agrarische ondernemers die hun bedrijf voortzetten en/of verder wensen uit te breiden. Door afname van de werkgelegenheid binnen de agrarische sector staat de economische basis van het landelijke gebied onder druk. Deze ontwikkeling creëert bedreigingen maar biedt ook kansen. De leefbaarheid en vitaliteit van het landelijke gebied moet behouden en, waar mogelijk, worden verbeterd. Een verbreding door nieuwe en passende economische activiteiten (bv. door functieverandering) is wenselijk. Hierbij denken we aan het combineren van agrarische activiteiten met het beheer van natuurgebieden en landschappen en het binnen duidelijke kaders toestaan van niet- agrarische activiteiten. Dit in het kader van het VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing). De consequenties van functieveranderingen, of van nieuwe activiteiten, dienen vooraf goed te worden afgewogen. De SGP denkt met name aan de gevolgen voor het milieu, eventuele verkeer aantrekkende activiteiten, of nadelige effecten voor naburige agrarische ondernemers.
Hoewel dit deels landelijk beleid is vindt de SGP dat de ondernemers die als PAS-melder zijn aangemerkt onze maximale inzet verdienen om te komen tot een correcte vergunningverlening.
5.3 Detailhandelsvoorzieningen
Het is de taak van de gemeente een goed voorzieningenniveau te bevorderen. Niet alleen in het belang van de inwoners, maar ook voor de winkeliers. Een voldoende en op elkaar afgestemd aanbod van winkels, en de weekmarkt op het Dorpsplein, goede bereikbaarheid, voldoende parkeerplaatsen en toegankelijkheid zijn basisvoorwaarden voor een goed draaiende middenstand. De SGP steunt maatregelen die dit bevorderen. De uitbreiding van het dorp, de extra woningen en inwoners, zal de levensvatbaarheid en mogelijke uitbreiding van voorzieningen ten goede komen. De SGP blijft uit principieel en sociaal oogpunt een voorstander van de zondagssluiting van winkels.
5.4 Ontwikkeling lokale bedrijvigheid
De SGP vindt een sterke lokale economie met voldoende bedrijvigheid belangrijk. Daardoor zorgen we immers voor werkgelegenheid voor onze inwoners. En werk is een van die zaken die zorgen voor structuur en een sociaal netwerk. Daar heeft iedereen behoefte aan.
De SGP ondersteunt initiatieven die zorgdragen voor een goed ondernemersklimaat en de daarbij behorende vestigingsmogelijkheden waarin (plaatselijke) ondernemers hun bedrijf verder kunnen ontwikkelen. Hier is ook ruimte voor gevonden door het realiseren van Groot Overeem II.
Daarbij worden ruimtelijke keuzes gemaakt met oog voor een goede balans tussen economie, milieu en werkgelegenheid. Hierbij dienen initiatieven die passen bij innovatie vanuit Foodvalley voorrang te krijgen. En uiteraard is ook hier goede communicatie tussen de gemeente en bedrijven van groot belang.

6. Maatschappelijk perspectief

6.1 Samenleven in Renswoude
De kwaliteit van de gemeente Renswoude is meer dan het beschikbaar stellen van middelen aan tal van voorzieningen. Het belangrijkste is dat de mensen het ook in maatschappelijk opzicht waarderen in onze gemeente te wonen. Het gaat dan echt om iedereen: van jeugd tot oudere, de minder draagkrachtige onze inwoners, statushouders enz. De SGP vindt dat dat de gemeente zich hieraan moet houden aan hun wettelijke taak. Opvang van gezinnen voorkomt een extra druk op de beschikbare woningvoorraad. De bouw van flex-woningen kan hierin voorzien. Samen vormen zij onze lokale gemeenschap. Als er vanuit de landelijke overheid de plicht wordt opgelegd om asielzoekers op te nemen zal het gemeentebestuur met omliggende gemeenten in overleg moeten gaan om te kijken of er afspraken gemaakt kunnen worden. De gemeente moet zich daarom altijd de vraag stellen of het beleid ten aanzien van het aanbod en de kwaliteit van voorzieningen moet worden bijgesteld. Daarbij zijn niet alleen begrippen als kwantiteit, kwaliteit, efficiency en effectiviteit van belang. De functie en betekenis van de voorzieningen voor het samenleven in onze gemeente moet daarbij ook worden meegenomen Zo wordt er plaats gemaakt om samen te wonen, te leren, te werken en te recreëren. Dat alles draagt bij aan de zo nodige sociale cohesie in een tijd van individualisme. Natuurlijk moet en kan het gemeentebestuur niet alles willen regelen. Er zijn ook zaken die aan het particuliere initiatief worden overgelaten. Er zijn echter beleidsterreinen waar de gemeente wel het initiatief moet nemen zoals bijvoorbeeld de bevordering van de doelstellingen zoals verwoord in de WMO en decentralisatie van de zorg.

6.2 Welzijn
6.2.1 Jeugd- en jongerenwerk
De afgelopen jaren is het jeugdbeleid een speerpunt van beleid geweest. De komende raadsperiode zal het jeugdbeleid opnieuw een belangrijk aandachtspunt worden, omdat de verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg volledig bij de gemeenten ligt. Voor de SGP is uitgangspunt dat de eerste verantwoordelijkheid voor de jongeren ligt bij de ouders en verzorgers. Het gezin dient de basis te zijn voor het gezond functioneren van jongeren in de samenleving. Er zijn echter situaties waarin dit niet op gaat en daarom moeten opvoeders ook bij het beleid worden betrokken.
Het gemeentebestuur wil en moet dus een rol vervullen in jeugdland. Samenwerking met andere gemeenten binnen Foodvalley zorgt daarin mede voor een doelmatig, sociaal en verantwoord beleid dichter bij de jeugd. De SGP wil een constructieve bijdrage leveren aan jeugd- en jongerenbeleid en ziet dit niet als een probleem, want ‘wie de jeugd heeft die heeft de toekomst’. Het beleid moet gericht zijn op ‘het zoeken naar oplossingen’. De SGP denkt daarbij concreet aan het volgende:
• Bij de opstelling en aanpassing van bestemmingsplannen wordt rekening gehouden met de inpasbaarheid van de speelvoorzieningen.
• Het realiseren van plekken waar de oudere jeugd elkaar kan ontmoeten behoort tot de mogelijkheden.
• Het belang van een goede harmonie in gezinnen waar onze kinderen opgroeien is van essentieel belang voor hun welzijn.
Overleg met de doelgroepen om te komen tot de juiste invulling en afspraken rondom gebruik is daarbij noodzakelijk. Participatie tussen ouder(s), scholen en gemeente is hierin ondersteunend en wenselijk.

6.2.2 Jeugd(gezondheid)zorg
Onder de jeugd is een toename van problemen te bespeuren, mede gevolg van individualisering van de samenleving. Daarnaast spelen mogelijke gevolgen van de pandemie van de afgelopen jaren. Daarom verdient Jeugdhulpverlening de aandacht van het gemeentebestuur. Het is nodig de hulpverlening binnen het Centrum Jeugd en Gezin zo dicht mogelijk bij de jeugd aan te bieden, met inachtneming van de achtergrond en identiteit van de betrokken jongeren. Waar nodig wordt het schoolmaatschappelijk werk ingevoerd, dan wel uitgebreid.

6.2.3 Peuterspeelzalen en kinderopvang
Peuterspeelzalen vervullen naast de mogelijkheid peuters te laten spelen met leeftijdsgenootjes ook een rol bij het ontdekken en bestrijden van achterstanden in de ontwikkeling. Hoewel peuterspeelzalen een nuttige functie kunnen vervullen, vindt de SGP dat de realisatie en instandhouding van deze voorzieningen vooral een particulier initiatief moet zijn en vindt subsidie van de kinderopvang niet per definitie nodig.
Uitgangspunt is dat een kostendekkend tarief wordt gehanteerd. Om te voorkomen dat inkomensgroepen tot 110% van het bijstandsniveau buiten de boot vallen, en deelname nodig is, kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. Aan het particuliere initiatief voor een peuterspeelzaal wordt, in voorkomende geval, door de gemeente voorwaardenscheppend meegewerkt.

Anders dan bij peuterspeelzalen spelen bij kinderopvang (VSO en NSO) andere motieven een rol. Een belangrijke achtergrond van deze kinderopvang is de combinatie van arbeid en zorg, om daarmee ouders in de gelegenheid te stellen hun sociaal-economische positie te verstevigen en (vooral) moeders in staat te stellen te gaan werken. Het kabinet heeft dit in de achterliggende jaren gestimuleerd en de gemeenten ontvangen daar financiële middelen voor van het Rijk.
Voor de SGP is en blijft het uitgangspunt dat kinderen thuis een 'thuis' hebben wat bijzonder waardevol is. Daarom vindt de SGP kinderopvang geen primaire overheidstaak. Daar waar het wettelijk geregeld is dat een gemeente meewerkt aan kinderopvang werkt de gemeente mee. Voorzieningen als gastouderopvang wordt op basis van gelijkwaardigheid vergoed.


6.2.4 Ouderenbeleid
Het aantal 55-plussers in onze gemeente zal de komende jaren toenemen. Naast het voorzien in voldoende en juiste huisvesting is ook het aanbod van zorgvoorzieningen met voldoende kwaliteit een belangrijk aandachtspunt. Doel van het ouderenbeleid is ouderen in de gelegenheid stellen zo volwaardig mogelijk in de samenleving te laten participeren en zelfstandig te kunnen blijven wonen. Maatschappelijke participatie is een speerpunt van het welzijnsbeleid voor ouderen. Ook dat is één van de doelstellingen binnen de WMO! Het gemeentebestuur heeft de maatschappelijke verantwoordelijkheid tot een samenhangend ouderenbeleid. Ouderen moeten zich veilig, nuttig en gewaardeerd voelen.

6.2.5 Bibliotheek
De SGP wil zich inspannen om een goede bibliotheek in Renswoude te behouden. De kerntaak van de bibliotheek is voorzien in een vrije laagdrempelige informatievoorziening voor de onze inwoners gericht op culturele en educatieve ontwikkeling en maatschappelijke vorming, en het verstrekken van informatie en het uitlenen van boeken. Er moet naar worden gestreefd dat de boeken, cd's, video's, affiches, tentoonstellingen e.d. niet aanstootgevend, gezagsondermijnend of anderszins, in strijd zijn met de goede zeden.
Daarnaast is ‘Het Trefpunt’ in de bibliotheek een goede voorziening waar jong en oud elkaar ontmoeten. De SGP vindt het een goed plan om deze functie mee te nemen in de te realiseren Dorpshuisfunctie bij De Hokhorst.


6.2.6 Monumenten
De gemeente heeft een gemeentelijke monumentenlijst vastgesteld waarop panden zijn geplaatst die niet op de lijst van rijksmonumenten voorkomen, maar waarvan bescherming wenselijk is. De SGP plaatst daarbij wel de kanttekening dat bij de vaststelling van de lijst niet alleen op de monumentale aspecten gelet wordt, maar ook op de economische belangen van de eigenaar. Hetzelfde geldt voor beschermde stads- en dorpsgezichten. Bescherming van het culturele erfgoed is goed, maar bij elke beslissing moet een nuchtere afweging van belangen plaatsvinden, waarin ook de financiële gevolgen voor de gemeente worden meegenomen
6.2.7 Recreatie en sport
In deze tijd van spanning, drukte en stress zijn ontspanning, sport en recreatie van groot belang. Recreatie is een breed terrein: er kan gedacht worden aan verschillende activiteiten. Goede fietspaden en wandelpaden kunnen in een grote behoefte van de onze inwoners voorzien. Deze voorzieningen moeten dan ook goed onderhouden en verzorgd worden.
In het kader van de ontspanning, sport en recreatie is de SGP voor realisering van sportvoorzieningen voor breedtesport. Het SGP standpunt hierin is helder: niet op zondag, geen topsport en met aandacht voor de kosten.

6.3 Sociale voorzieningen
Er zijn in onze gemeente nog steeds inwoners die nauwelijks of wellicht nooit aan het werk zullen komen. Blijvende aandacht voor deze doelgroep is een vereiste, zowel in financieel als maatschappelijk opzicht. We moeten voorkomen dat deze inwoners in een sociaal isolement terechtkomen, zij hebben in onze samenleving evenzeer een plaats. Dit geldt eveneens onze mindervalide mede-inwoners. Daarnaast is voor hen van belang dat er bij de inrichting van de openbare ruimten, woningen en gemeentelijke gebouwen met hun (on)mogelijkheden rekening gehouden wordt.

Ook IW4 en Rosa Novum zullen de komende periode extra aandacht vragen. De landelijke overheid trekt zich op het gebied van de sociale werkvoorziening terug. De SGP vindt dat dit in regionaal verband aangepakt moet worden.

6.3.1 Sociale activering
Het is naar de stellige overtuiging van de SGP een Bijbelse opdracht dat de gemeente inwoners ondersteunt, die in een maatschappelijk isolement verkeren of dreigen te raken. Met behulp van de wettelijke instrumenten en lokale initiatieven die binnen de wettelijke kaders passen, probeert de gemeente participatie van deze onze inwoners te bevorderen en/of hen te helpen aan betaald werk. De doelgroep van deze sociale activering kan uit langdurige werklozen, bijstandsgerechtigden, minder validen, WAO-ers, of ook ouderen die in een isolement verkeren of daarin dreigen terecht te komen. Veelal gaat het om onze inwoners die te maken hebben met meerdere problemen.

6.3.2 UWV
Bij de totstandkoming van een relatie met het UWV, voor werk of een uitkering, moet het uitgangspunt blijven: het belang van de cliënt staat voorop. Al hebben ook deze mensen een grote maatschappelijke verantwoording, de moeilijk aan werk te helpen onze inwoners verdienen net zoveel hulp en steun als de makkelijkst te re-integreren cliënten.

6.3.3. Lokale armoedebestrijding
Onderzoek heeft aangetoond, dat het aantal kinderen wat opgroeit in huishoudens met een inkomen op of onder het sociale minimum nog steeds toeneemt. Daarnaast zijn er ook huishoudens zonder kinderen, of alleenstaanden, die in armoede leven wat schrijnende situaties oplevert. De SGP vindt dat dit voorkomen moet worden, want het is voor de SGP een Bijbelse opdracht om voor deze inwoners een goed sociaal vangnet te regelen naast en in samenwerking met kerken.
Bevordering van de arbeidsparticipatie is een belangrijk instrument om de armoede te bestrijden. Daarom staat voorop dat geprobeerd wordt mensen in hun eigen levensonderhoud te laten voorzien. Bij de uitvoering van het sociale beleid houdt de gemeente de problematiek van de armoede in het oog. Daarbij biedt de gemeente voldoende inkomensondersteuning:
· Het gemeentebestuur voert een sociaal en verantwoord kwijtscheldingsbeleid ten aanzien van onze inwoners die, buiten hun toedoen, niet meer aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen.
· Ter voorkoming van schuldhulpverlening wordt door de gemeente budgetbegeleiding aangeboden.
Voorkomen moet worden dat arbeidsparticipatie door het gevoerde gemeentelijk beleid tot een grote inkomensachteruitgang gaat leiden. De prikkel om betaalde arbeid te gaan verrichten, moet altijd aanwezig blijven. De gemeente voert regelmatig controles uit op de rechtmatigheid van de uitkeringen.

6.3.4. Mindervaliden
Onze inwoners met een (blijvende) beperking behoren normaal te kunnen functioneren in onze gemeenschap. Ook één van de doelstellingen van de WMO! Dit heeft consequenties op alle terreinen: aangepaste woningbouw, toegankelijke inrichting openbare ruimten, inrichting infrastructuur en een goede dienstverlening aan onze mindervalide inwoners zijn daarvan enkele voorbeelden.

6.3.5 Vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk is één van de belangrijke ‘sociale kurken’ waarop de samenleving drijft: de hulp of mantelzorg aan zorgbehoevende inwoners van onze gemeente. Het is ook van groot belang voor het verenigingsleven. Het vrijwilligerswerk staat echter onder druk en de vraag naar vrijwilligers neemt alleen maar toe. Waar mogelijk moet de gemeente het vrijwilligerswerk steunen en stimuleren.

6.4 Onderwijs
Het onderwijs verdient extra aandacht van het gemeentebestuur. Het gaat in het onderwijs om de vorming van onze kinderen; de toekomst! Onze verantwoordelijkheid ligt voornamelijk in het voorzien in goede onderwijshuisvesting, de vormgeving van het lokale onderwijsbeleid en de kostenbeheersing van het leerlingenvervoer.

6.4.1 Lokaal onderwijsbeleid
Het gemeentebestuur krijgt nog steeds nieuwe taken op het terrein van het onderwijs. In samenwerking met de in onze gemeente vertegenwoordigde scholen stelt het gemeentebestuur een lokale nota onderwijsbeleid op. In die nota wordt een samenhangende visie gegeven op het gemeentelijke onderwijsbeleid.

6.4.2. Onderwijshuisvesting
De gemeente is verantwoordelijk voor degelijke verantwoorde huisvesting van het onderwijs. De middelen die de gemeente daarvoor van de landelijke overheid ontvangt, zijn beperkt. Dit betekent dat het gemeentebestuur keuzes moet maken en prioriteiten moet stellen. Ook voor de toekomst.


7. Financieel perspectief

Om beleid daadwerkelijk uit te voeren zijn voldoende financiële middelen nodig. Naast de uitkering die de gemeente ontvangt van de landelijke overheid via het Gemeentefonds, heft de gemeente ook belastingen. De belangrijkste daarvan is de onroerendezaakbelasting (OZB).
Uitgangspunt van de gemeente moet een gezond en sociaal verantwoord financieel beleid zijn. Dit betekent onder meer dat er tegenover structurele uitgaven ook structurele inkomsten moeten staan. Dat kan inhouden dat bezuinigingen worden doorgevoerd of geplande investeringen worden heroverwogen of vertraagd als de inkomsten tegenvallen.
Pas als duidelijk is dat bezuinigingen, beperkingen of vertragingen van uitgaven geen sluitende meerjarenbegroting opleveren, kan tot extra verhoging van de gemeentelijke belastingen/ heffingen worden overgegaan. Overigens heeft de SGP geen moeite met de jaarlijkse doorberekening van de inflatiecorrectie in de gemeentelijke heffingen en belastingen.
Deze integrale benadering is bovendien ook nodig, omdat bij bepaalde taken zoals leges, de afvalstoffen- en rioolheffing het ‘kostendekkend’ zijn van een activiteit het uitgangspunt is.
De gemeenteraad moet kunnen beoordelen of het college de juiste keuzes maakt. Daarom wordt de raad voorzien van:
· De tijdige verstrekking van de jaarrekening.
· De aanbieding van de begroting waarin duidelijk gemaakt zijn welke zaken al dan niet in de begroting zijn opgenomen en waarom.
Het vaststellen en periodiek bijstellen van een nota reserves en voorzieningen levert eveneens een goede bijdrage aan het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De vorming en instandhouding van reserves is van belang voor de betaalbaarheid en beheersbaarheid van de lokale lasten. Daarnaast heeft het direct invloed op het zelfstandig kunnen blijven functioneren van de gemeente.

7.1 Transparantie en verantwoording
De laatste jaren is door verschillende ontwikkelingen steeds meer nadruk komen te liggen op de transparantie van het door de gemeente gevoerde financieel beleid. De door de gemeente opgestelde jaarrekening moet voorzien worden van een accountantsverklaring. In het kader van de invoering van het dualisme is het verplicht dat de gemeente een lokale rekenkamer of rekenkamercommissie heeft ter controle. Voor de SGP is bij het instellen van een dergelijk orgaan onafhankelijkheid een belangrijk uitgangspunt. Bovendien moet het tot de bevoegdheden van de lokale rekenkamercommissie behoren zelf een onderzoek te starten naar een onderdeel van het gemeentelijk reilen en zeilen (zoals bijvoorbeeld het gemeentelijke subsidiebeleid).

7.2 Subsidiebeleid
Bij het verlenen van subsidies zal altijd goed voor ogen moeten worden gehouden dat het hierbij gaat over gemeenschapsgeld. Subsidies hebben niet per definitie een blijvend karakter. Verlenen en verkrijgen van subsidies zijn geen doel op zich en een zuinig en verantwoord beheer is geboden. De SGP is er voorstander van om het subsidiebeleid buiten de portefeuille van de wethouder van financiën te houden.
De basis voor het verlenen van subsidies is een door de raad vast te stellen subsidienota met bijbehorende algemene verordening welzijnsbeleid. In deze verordening wordt bepaald dat jaarlijks een subsidieplafond wordt vastgesteld.
Naast de regels uit de Algemene wet bestuursrecht die op de subsidieverlening van toepassing zijn, worden ook de volgende criteria gehanteerd:
· De te subsidiëren activiteiten behoren duidelijk omschreven te zijn.
· Bij strijdigheid met christelijke waarden en normen wordt geen subsidie verleend.
· Subsidies kunnen worden verleend wanneer zij het publieke nut en/of welzijn van de inwoners van de gemeente Renswoude dienen.
· Op basis van een verantwoording vindt controle plaats of de subsidie daadwerkelijk besteed is aan het daarvoor bestemde doel.


8. Duurzaamheidsperpectief

8.1 Energiebesparing en klimaat
De vraag naar energie blijft stijgen en de fossiele energiebronnen op aarde raken uiteindelijk uitgeput. Daarom wil de SGP een actieve bijdrage leveren aan energiebesparingen. Ook willen we rendabele, duurzame energiebronnen inzetten. De vervuiler betaalt is ook hier het uitgangspunt.
Het is daarom van belang dat de gemeente een lokale duurzaamheidsagenda hanteert. Dit zorgt voor draagvlak en helpt om een stevige positie in te nemen richting regionaal en provinciaal bestuur. Het maakt ook inzichtelijk in hoeverre het landelijke beleid haalbaar is.
De gemeente dient hierbij (ook) aan het stuur te zijn en regie te behouden. Zonder een heldere eigen visie is de kans groot dat een gemeente aan de leiband wordt gelegd van landelijk en regionaal energiebeleid.

Draagvlak voor duurzaamheidsinitiatieven is van het grootste belang, en wordt alleen maar belangrijker met de grootschalige ontwikkelingen van zonne- en windparken. De SGP wil daarom inwoners meer betrekken bij het energiebeleid, op gemeentelijk en provinciaal niveau. Het is nodig dat elke gemeente visie en beleid ontwikkelt op draagvlak voor duurzaamheidsinitiatieven. Daarnaast moeten ook bedrijven waar mogelijk verleid en gefaciliteerd worden om te verduurzamen.

8.2 Regionale energie transitie

De Regio FoodValley stelt dat er forse hoeveelheden zonnepanelen op agrarische grond terecht gaan komen (tot 220 hectare). De SGP heeft in 2021 een motie ingediend die de Provinciale Staten laten uitspreken dat landbouwgronden hiervoor pas in allerlaatste instantie aan de beurt komen, nadat eerst beschikbaar dakoppervlak gevuld is en nadat restlocaties zijn ingevuld. Elektriciteitsvoorziening mag niet zwaarder wegen dan de kwaliteit en capaciteit van onze landbouwgrond. Deze motie is door de gemeenteraad unaniem aangenomen. De inhoud daarvan is later bevestigd door een uitspraak van de Raad van State.
Het standpunt van de SGP is dan ook om de gezondheid van inwoners op nummer één te plaatsen en de invulling te laten verlopen zoals door provincie en raad is vastgesteld. Het is nu belangrijk dat zowel de gemeenten als de provincie zich zelfstandig bezinnen op de eigen uitwerking van het zorgvuldigheidsbeginsel in de energietransitie. Daarbij is betrokkenheid van inwoners van de gemeente een belangrijk aandachtspunt, want zonder draagvlak is die opgave niet uitvoerbaar.
Een punt van aandacht is dat netbeheerders inzicht geven in hun plannen met het energienet. De huidige status is dat het overbelast dreigt te raken, wat verlammend werkt op initiatieven voor extra energieopwekking. Nieuwe initiatieven moeten technisch mogelijk zijn anders levert het niets op en is de discussie bij voorbaat nutteloos.

8.3 Duurzaam bouwen
De gemeente geeft op dit onderwerp zelf het goede voorbeeld door gemeentelijke gebouwen te verduurzamen. Een nauwe samenwerking met het gemeentelijk woningbedrijf is eveneens belangrijk om doelen te behalen.

Het overheidsbeleid is erop gericht dat woningen in 2050 ‘van het gas af’ zijn. De SGP ondersteunt initiatieven om dit verder invulling te geven.

De gemeente dringt overigens aan op boter bij de vis als de landelijke overheid energieambities verder bij gemeenten neerlegt.

In het gemeentelijke beleid is er niet alleen aandacht voor warmte, maar ook voor koeling. Hete zomers kosten veel energie. Nieuwbouw wordt groen ingericht (dat is koeler) en er wordt koel gebouwd. Bij tuinen gaan tegels eruit en groen erin. Voldoende openbaar groen is belangrijk in het kader van duurzaamheid.