HomeNieuwsVerkiezingsprogramma SGP Renswoude 2018 - 2022

Verkiezingsprogramma SGP Renswoude 2018 - 2022

Publicatiedatum: 17 jan. 2018

 

Klik hier voor de speerpunten.

Klik hier voor de kandidatenlijst.

 

Verkiezingsprogramma        

​SGP Renswoude 2018 - 2022

Koersvast en toekomstgericht    

1 SGP: lokaal en principieel

De SGP is een partij met visie. Bij het besturen van de gemeente wordt blijvend aandacht geschonken aan waarden en normen. Dat zijn de belangrijkste basisvoorwaarden, het cement, voor onze samenleving. De SGP ontleent ze aan Gods Woord.

Bovendien vraagt het besturen om een heldere kijk op het samenleven in onze gemeenschap. Bij het besturen van de gemeente is daarom de vraag belangrijk: "Wat kan bijdragen aan een goede ontwikkeling van de gemeente?"

De SGP vindt het antwoord op deze vragen o.a. in de Bijbel. Daarin wordt een aantal basisrichtlijnen gegeven voor het dagelijkse leven, die ook wel de Tien geboden genoemd worden. Deze hebben het welzijn van iedereen op het oog. Kortom, een programma dat naar onze vaste overtuiging een voorwaarde vormt voor de kwaliteit van onze gemeente.

U moet zich als burger thuis voelen in Renswoude. Hier wil de SGP zich dan ook weer voor inzetten de komende jaren; samen met u.

2 Betrouwbare, geloofwaardige en herkenbare overheid

Voor een goed functioneren van het gemeentebestuur is het van belang dat de overheid betrouwbaar, geloofwaardig en herkenbaar is.

De overheid is ingesteld door God om alle maatschappelijke ontwikkelingen in goede banen te leiden. Treffend wordt dat in de Bijbel weergegeven wanneer de oorsprong van de overheid beschreven wordt: de overheid is er 'u ten goede'. En omdat de overheid een instelling van God is, hecht de SGP sterk aan het openen en sluiten van de raadsvergaderingen met een ambtsgebed.

De SGP acht het vormgeven aan een helder en herkenbaar bestuur voor de lokale gemeenschap, vanuit een principiële overtuiging, van grote waarde.

3 Renswoude in perspectief

In dit hoofdstuk vindt u in grote lijnen de visie van de SGP op de ontwikkeling van onze gemeente. Deze visie wordt aan de hand van vijf perspectieven uitgewerkt: het bestuurlijke, het ruimtelijke, het economische, het maatschappelijke en het financieel perspectief.

In de volgende hoofdstukken komen deze perspectieven uitgebreider aan de orde, met daarbij concrete beleidspunten voor de periode 2018 - 2022

3.1 Bestuurlijk perspectief

Naast activiteiten die het gemeentebestuur en het college zelf raken, wordt in de richting van de burger gedacht aan goede communicatie, openheid en samenwerking bij het besturen van onze gemeente. In de raadsperiode 2014 - 2018 zijn goede initiatieven in gang gezet om de leefbaarheid en kwaliteit in de toekomst voor Renswoude te behouden. Hier wordt in de komende jaren op voort geborduurd. Indien nodig zullen verbeteringen worden doorgevoerd.

De gemeentelijke organisatie dient slagvaardig, transparant en klantgericht te zijn.

De SGP vindt bovendien dat er voor gewetensbezwaarde ambtenaren ruimte moet zijn binnen de gemeentelijke organisatie. Helaas wordt de ruimte voor deze gewetensbezwaarde ambtenaren vanuit de landelijke overheid steeds beperkter. 

De aandacht voor de rampenbestrijding mag niet verslappen. De gemeente moet voldoende zijn uit- en toegerust voor mogelijke rampen. 

De SGP is voorstander van gemeentelijke samenwerking. Het belang van de lokale gemeenschap staat voorop. Wanneer bepaalde zaken een grotere bestuurlijke organisatie vereisen, is samenwerken geboden.

3.2 Ruimtelijk perspectief

De ruimte in Renswoude is beperkt. Er zullen afwegingen moeten worden gemaakt tussen de belangen van wonen, werken en recreëren. Deze belangen kunnen tegenstrijdig zijn. Dit vraagt om evenwichtige keuzes om een goed woon-, werk- en leefklimaat tot stand te brengen. Belangrijk aandachtspunt in het kader van het volkshuisvestingsbeleid is de (financiële) bereikbaarheid van woningen voor starters en eenpersoonshuishoudens. Voor de verdere uitbreiding van o.a. Beekweide is het van belang dat een goede balans gevonden wordt in woningdifferentiatie (sociaal, middelduur en duur). Gezien de toenemende vergrijzing van de bevolking zal de behoefte aan seniorenwoningen in de buurt van voorzieningen, zoals het Dorpshart, ook toenemen. Hieraan wordt in de huidige plannen reeds aandacht geschonken. 

In zowel nieuwe als bestaande wijken draagt aanleg en het onderhoud van groen onmiskenbaar bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 

Met zorg moet met natuur en landschap worden omgegaan. De ontwikkeling van natuurgebieden, mogelijk deel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur, wordt niet op voorhand afgewezen. De agrarische bedrijfsuitvoering mag hierdoor echter niet belemmerd worden. De agrariërs zijn van oudsher de beheerders en onderhouders van het landschap en de natuur.

Door het toegenomen autobezit is er de wens dat parkeernormen worden verruimd. Maar al te gemakkelijk dreigt het tekort aan parkeerplaatsen ten koste te gaan van het groen. Uitgangspunt van de SGP is dat hierbij een terughoudend beleid gevoerd moet worden.

De kwaliteit van de infrastructuur is van belang; ook de bijdrage aan de verkeersveiligheid. 

3.3 Economisch perspectief

De SGP blijft zich inzetten voor versterking van de lokale economie binnen de gemeente Renswoude. Laatste jaren zijn hierin belangrijke stappen gezet o.a. in de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Ook is geïnvesteerd in de communicatie tussen het gemeentebestuur en de ondernemers. Daarnaast is voor het welslagen van een gemeentelijk economisch beleid lokale en regionale samenwerking vereist.

De SGP is en blijft voorstander van het gesloten zijn van winkels op zondag.

3.4 Maatschappelijk perspectief

Kwaliteit van de samenleving staat hoog in ons vaandel. De SGP vindt het echter jammer dat de kwaliteit van de samenleving en welvaart vaak met elkaar vereenzelvigd worden. Bijdragen aan de kwaliteit van de samenleving houdt meer in dan het beschikbaar stellen van financiën aan onderwijs, sport en/of kinderopvang etc. Kwaliteit is méér. Kwaliteit behelst ook immateriële waarden en het geestelijke welzijn. Bovendien zijn er steeds meer mensen, die nauwelijks of nooit meer aan het werk zullen komen. Voor hen betekent economische groei niet per definitie dat zij het in materieel opzicht beter krijgen; laat staan bij geen of lage groei. Blijvende aandacht voor deze doelgroep is een vorm van minimabeleid.

Voor de samenleving in de toekomst is kwalitatief goed onderwijs van vitaal belang. Investeren in het onderwijs betekent investeren in de samenleving. De SGP pleit voor een verantwoord en doelmatig onderwijsbeleid. Ook waar het investeringen betreft als onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer. Besluit over de bouw van een nieuwe Borgwalschool heeft in 2017 in de gemeenteraad zijn beslag gekregen. De nieuwbouw zal in de komende periode starten. 

In deze tijd van 'druk en stress’ is ontspanning en recreatie een groot goed. Wanneer om die redenen sportvoorzieningen worden aangelegd, staat de SGP positief ten opzichte van de realisering hiervan. Voornamelijk de handhaving van de zondagsrust is in deze bepalend voor de keuze van de SGP. Ook dienen de kosten in de hand te worden gehouden. Datzelfde betreft ook het jeugdbeleid. 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst'. Jeugdzorg is een gemeentelijke taak geworden. De SGP gevoelt dit als een grote verantwoordelijkheid. Jongeren die jeugdzorg nodig hebben, mogen niet in een bureaucratische molen terecht komen, maar moeten tijdig en efficiënt geholpen worden. In uitzonderlijke gevallen zal het voorkomen dat toekenning van jeugdzorg niet binnen de gestelde verordening plaats kan vinden. In dat geval zal in overleg altijd gezocht worden naar een oplossing in het belang van de jongere.

Niet alleen zorgen; ook kansen! De jeugd verdient onze aandacht. Een disco wijst de SGP echter principieel af. Ook de basisschooljeugd heeft recht op een eigen plaats. Speelterreintjes mogen daarom in de wijken niet ontbreken.

Ondanks stimuleringsmaatregelen door de landelijke overheid blijft de SGP van mening dat kinderopvang geen primaire overheidstaak is. De SGP huldigt hierin het profijtbeginsel; gebruiker betaald.

3.5 Financieel perspectief

De SGP staat gezond financieel beleid voor. Gemeentelijke reserves dienen op gezond niveau te zijn. Wanneer de meerjarenbegroting een stijgende lijn laat zien kunnen nieuwe initiatieven zorgvuldig worden afgewogen. Wanneer de meerjarenbegroting echter een neergaande lijn laat zien, zal de SGP kiezen voor het doorvoeren van bezuinigingen, het heroverwegen en/of temporiseren van geplande investeringen en het zorgvuldig afwegen van bestedingen. Het uitgangspunt moet zijn dat structureel doorwerkende uitgaven gedekt moeten worden door structureel aanwezige financiële ruimte. En, bezuinigingen gaan vóór lastenverzwaring!!

Lagere uitkeringen uit het Gemeentefonds en naar de gemeenten overgedragen (zorg)taken mogen dus niet een automatische verhoging van de onroerende zaakbelasting (OZB)betekenen. De OZB, retributies en heffingen mogenalleen dan met een hoger percentage dan van de inflatie worden verhoogd, indien duidelijk is aangetoond dat bezuinigingen of investeringsbeperkingen een sluitende begroting (in meerjarenperspectief) niet mogelijk maken. 

Bij het verlenen van subsidies zal altijd goed voor ogen worden gehouden dat het gaat over gemeenschapsgeld. De SGP is voor herijking van het subsidiebeleid. Duidelijke spelregels. Verlenen van subsidie heeft niet per definitie een permanent karakter. De SGP vindt daarnaast dat de gesubsidieerde activiteiten niet in strijd mogen zijn met christelijke waarden en normen.

4 Het bestuurlijk perspectief

4.1 Gemeente duaal

De SGP ondersteunt van harte het streven naar duidelijkheid en openheid van het gemeentebestuur naar de burger toe. Met het stellen van alleen maar regels lossen we niets op. Ook de bestuurscultuur moet veranderen.

Het is goed dat het college van burgemeester en wethouders meer bevoegdheden krijgt om de gemeente te besturen. De SGP vindt wel, dat de gemeenteraad voldoende middelen moet hebben om het college te controleren. De balans moet daadwerkelijk in evenwicht zijn. En, heel belangrijk, burgers moeten de politiek en het bestuur weer interessant gaan vinden!

Naast de rechten die de wet aan raadsleden toekent pleit de SGP ook voor de volgende punten:

4.1.1 Gekozen wethouders: op kandidatenlijst en inwoner van gemeente

Hoewel de wethouders ook van buiten de gemeente gekozen mogen worden, is de SGP van mening, dat de wethouder ‘’bij voorkeur’’ uit de burgers van onze gemeente gekozen moet worden. De te kiezen wethouders van de gemeente dienen ‘’bij voorkeur’’ op de kandidatenlijsten van de in de raad gekozen fracties te staan.

4.1.2 Burgerraadsleden: bouwen aan kader

Om de interesse voor de gemeentepolitiek te vergroten en om aan kadervorming binnen de partij/fractie te doen, is de SGP voorstander van burgerraadsleden, die in de daarvoor in aanmerking komende commissies zitting kunnen hebben namens hun partij.

4.1.3 Handhaving vertrouwensregel

Politiek moet meer zichtbaar en beter herkenbaar worden. De gemeenteraad zal zijn bevoegdheden serieus moeten nemen. Kan een wethouder niet op het vertrouwen rekenen van de (meerderheid van de) gemeenteraad, dan moet(en) daar door de betreffende wethouder(s) consequenties aan verbonden worden.

4.2 De gemeente als gemeenschap

4.2.1 Intergemeentelijke samenwerking

De SGP vindt dat er goede redenen zijn om zolang mogelijk vast te houden aan de zelfstandigheid van gemeenten. Gemeenten vormen immers als autonome organisaties de basis van ons bestuurlijk stelsel. Herindeling leidt tot grotere afstand tussen bestuur en burger en vaak tot een verminderde betrokkenheid van de burger bij het bestuur. Dat gaat ten koste van de kwaliteit van de lokale democratie.

De SGP heeft als uitgangspunt dat landelijke gemeenten zolang mogelijk hun zelfstandigheid moeten behouden. Voor de SGP is gemeentelijke schaalvergroting niet hét middel om problemen op te lossen. De SGP kiest voor ambtelijke samenwerking. Ook de voordelen van samenwerking binnen FoodValley mogen wij niet uit het oog verliezen.

4.3 Met en voor de burger

Het is van groot belang dat gemeentebestuur en burgers naar elkaar luisteren en met elkaar blijven communiceren. Niet alles wat een burger wil kan. Bij wensen van de burgers moeten  gemeenteraad en college alle belangen laten meewegen. Voor de SGP is bovendien belangrijk, dat besluiten in overeenstemming zijn met de door God in de Bijbel gegeven regels.

4.3.1 SGP is vóór interactieve beleidsvorming.

Met andere woorden: laat de burgers meepraten. Hiermee wordt ook draagvlak onder de bevolking gecreëerd, zeker bij ingrijpende projecten.

Voorwaarde is echter dat voorafgaande aan het proces van interactieve beleidsvorming naar de burgers duidelijk wordt gecommuniceerd binnen welke kaders alles gebeurt. Duidelijke spelregels en randvoorwaarden voorkomen dat er verwachtingen gewekt worden, waaraan later niet beantwoord kan worden. Indien suggesties of ideeën van burgers niet worden overgenomen, moet duidelijk gemotiveerd worden waarom dat niet gebeurt. De eindafweging is altijd de verantwoordelijkheid van de democratisch gelegitimeerde raad.

4.3.2 Vóór het burgerinitiatief

De SGP is voorstander van het burgerinitiatief waarbij burgers, onder voorwaarden, het recht krijgen om bepaalde onderwerpen op de politieke agenda te plaatsen. Daarna moet de gemeenteraad zich daarover uitspreken.

4.3.3 De SGP wil naar u luisteren

Raadsleden moeten met beide benen in de maatschappij staan. De komende jaren wil de SGP opnieuw investeren in contacten met de burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De SGP komt naar u toe. Uiteraard mag u als burger ook naar de SGP komen met uw vragen en uw wensen.

4.4 De gemeente digitaal

4.4.1 ICT en gemeente

De toepassingen, invloeden en verplichtingen op ICT gebied binnen overheidsland zijn enorm. Samenwerking op dit gebied met Veenendaal kan mogelijk in de toekomst een kostenbesparende rol spelen.

4.4.2 Intern

De automatisering binnen de gemeentelijke diensten moet op een kwalitatief goed niveau worden gehouden. Dat betreft vooral de softwarepakketten voor verschillende gemeentelijke diensten. De SGP is dan ook voorstander van samenwerking op ICT gebied met Veenendaal. Uiteraard wel tegen een marktconforme prijs!

4.4.3 Website

In het kader van voorlichting en informatie aan de burgers vervult de nieuwe en overzichtelijke gemeentelijke website een nuttige functie. Het is wel zaak dat de gemeentelijke website voortdurend actuele gegevens bevat. Het verdient aanbeveling dat de site voor de burger interessante gegevens bevat, zoals de gemeentelijke diensten en verordeningen.

Digitale dienstverlening zal in de toekomst een nog grotere rol gaan spelen in de onderlinge communicatie tussen gemeente en burgers.

4.5 De gemeentelijke organisatie

4.5.1 Het ‘Er zijn voor de burger’.

De SGP vindt het een vereiste dat de gemeentelijke organisatie informatief, slagvaardig en burgergericht is. Het doelgericht meedenken met de burger voorkomt negatieve beeldvorming. De burger moet het gevoel hebben: zij zijn er ook echt voor mij.

4.5.2 Ruimte voor gewetensbezwaren

De huidige maatschappij wordt gekenmerkt door een hoge mate van tolerantie. De SGP vindt het tolerant, wanneer ambtenaren die op levensbeschouwelijke gronden (wettelijke) taken niet kunnen uitvoeren, die ruimte wordt gegund.

4.6 Openbare orde en veiligheid

4.6.1 Veiligheid

Hoewel de mogelijkheden van de gemeenteraad om de politiesterkte te vergroten klein zijn, moet het gemeentebestuur er voortdurend op toezien dat de veiligheid van de burger niet in het gedrang komt. Landelijk wordt veelal de norm van 1 wijkagent op 4.000 inwoners gehanteerd. Onze gemeente haalt dit percentage niet en mede daarom wil de SGP in het kader van handhaving van de openbare orde en het bevorderen van een goed leef- en woonklimaat van de burgers het veiligheidsbeleid hoog op de agenda laten staan. 

Om te komen tot een veiliger N224 (Dorpstraat) zal de SGP hiervoor blijvend aandacht vragen bij de provincie Utrecht. Voor de SGP zijn samenhang in beleid (integrale benadering) en de handhaving sleutelwoorden voor het welslagen van veiligheidsbeleid.

4.6.2 Handhaving of gedogen?

Met handhaving staat of valt beleid. De SGP pleit voor een consequent handhavingsbeleid.

4.6.3 Rampenbestrijding

Een ander beleidsterrein dat ook de regelmatige aandacht van de gemeenteraad vraagt, is de rampenbestrijding. De SGP vindt dat het gemeentelijke rampenplan ‘up to date’ moet zijn. Kernpunten daarin zijn:

Bestuurlijke samenwerking en organisatie in VRU verband, inventarisatie en analyse van risico's, opleiding, preventie, oefening en toezicht.

5 Het ruimtelijk perspectief

5.1 Inleiding

De ruimte in Nederland is schaars. Daar wordt iedere gemeente mee geconfronteerd. Bij de indeling en verdeling van de ruimte is een verantwoord ruimtelijk ordeningsbeleid nodig. Bij ruimtelijke ordening moet niet alleen gedacht worden aan de openbare ruimte direct om ons heen. Er zijn tal van andere aandachtsgebieden, zoals grondbeleid, onteigening, wonen, werken, recreëren, verkeer en vervoer, stedelijke vernieuwing, monumentenzorg (zie 7.2.2), milieu en reclamebeleid.

5.2 Grondbeleid en voorkeursrecht gemeenten

Met het ruimtelijke beleid is het grondbeleid een belangrijk ordenend en sturend instrument voor de gemeentelijke overheid. De SGP is alleen voorstander van een actief gemeentelijk grondbeleid, wanneer daar het algemene belang mee gediend is. Het kan daarbij gaan om het bouwen van woningen, het aanleggen van bedrijventerreinen, infrastructuur of groengebieden. Wanneer grond verworven moet worden van particulieren, wordt het eigen bezit gerespecteerd. Uitgangspunt is dat geprobeerd wordt de gronden minnelijk te verwerven. Lukt dat niet, dan kan tot onteigening worden overgegaan, alleen als het algemene belang daarmee gediend is. Een belangrijk standpunt van de SGP is echter wel dat met de belangen van de betreffende burger/belanghebbende van wie grond verworven/onteigend moet worden, rekening gehouden wordt. Van de mogelijkheden die de aangepaste Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) biedt, kan in voorkomende gevallen gebruik worden gemaakt. Ook bij deze toepassing moet gerealiseerd worden, dat een inbreuk op het eigendomsrecht gepleegd wordt. Hoewel de SGP erkent dat economische, ruimtelijke en sociale processen zich niet aan gemeentegrenzen houden en een bovenlokaal grondbeleid van belang kan zijn, wil zij zich niet al te enthousiast storten op een regionaal grondbeleid. Alle voor- en nadelen dienen zorgvuldig te worden afgewogen.

5.3 Ruimtelijk beleid

5.3.1 Structuur-en bestemmingsplannen

De bevoegdheid van de gemeente op het gebied van de ruimtelijke ordening komt vooral tot uitdrukking in de opstelling en vaststelling van structuur- en bestemmingsplannen. In deze plannen wordt concreet invulling gegeven aan het ruimtelijke beleid van de gemeente. Het is duidelijk dat het gemeentelijke beleid moet passen binnen het door het Rijk en/of provincie vastgestelde ruimtelijk beleid.

De realisatie van de Omgevingswet zal het e.e.a. in de toekomst duidelijk moeten verwoorden. De SGP vindt dat nadrukkelijk de mogelijkheden bekeken moeten worden om voldoende huisvesting voor de plaatselijke bevolking te realiseren. De SGP vindt dat de gemeente een integrale visie op de kwaliteit van de leef- en woonomgeving moet hebben. In die visie moeten zowel de rode als de(door gemeente gewenste) groene contouren in samenhang met elkaar bezien worden. De bouw van woningen in het kader van de ruimte voor ruimte regeling dient bij voorkeur binnen de beken plaats te vinden. Ook zal in de komende periode worden gekeken naar ruimte om te komen tot realisering van extra bedrijventerrein. Wanneer er sprake is van gemeentegrens overschrijdende ontwikkelingen moeten gemeenten nauw samenwerken.

De SGP sluit vormen van samenwerking niet uit. 

Uitgangspunt is wel, dat de gemeentelijke belangen er duidelijk mee gebaat moeten zijn. Het gemeentebestuur moet er voor zorgdragen, dat de diverse ruimtelijke plannen actueel zijn. Dat komt het ruimtelijke beleid, en de burger ten goede. Bestemmingsplannen dienen flexibel en globaal van opzet te zijn. Door middel van vrijstelling- en wijzigingsbevoegdheden binnen de plannen kan maatwerk geleverd worden t.a.v. individuele wensen van de burgers. Hiermee is het mogelijk burgers daadwerkelijk bij de invulling van hun woonomgeving te betrekken. Het bestemmingsplan wordt immers altijd voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied vastgesteld. Het zwaartepunt van een bestemmingsplan ligt bij de aanwijzing van de verschillende functies zoals wonen, werken, recreëren, natuur en landschap in het plangebied.

Inwoners dienen op tijd en adequaat geïnformeerd worden over de vaststelling van nieuwe, en wijzigingen van bestaande, bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen dienen digitaal beschikbaar te zijn.

Met inspraakreacties en ingediende zienswijzen bij de vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan wordt zorgvuldig omgegaan. Aangegeven en voorgeschreven termijnen worden door de gemeente aangehouden. Wordt daarvan afgeweken, dan worden de inwoners daarover geïnformeerd.

5.3.2 Prostitutie

In de Bijbel worden belangrijke regels gegeven voor het dagelijkse leven. Eén van die regels houdt in, dat het huwelijk in ere gehouden moet worden en dat geen overspel mag plaatsvinden. Op tal van plaatsen wordt in de Bijbel opgeroepen de huwelijkstrouw niet te breken. De SGP wijst vestiging van seksinrichtingen e.d. dan ook nadrukkelijk af. Het instrument ruimtelijke ordening geeft hiervoor mogelijkheden.

5.3.3 Begraven, urnenmuur en strooiveld

Begraven is een kwestie van christelijke levensstijl. De gemeente voorziet daarom in voldoende en gepaste gelegenheid voor het begraven van overledenen. De bouw en de exploitatie van crematoria en aanleg van urnenmuren behoren niet tot de taak van het gemeentebestuur. Ten aanzien van de (wettelijke) verruiming van de mogelijkheden tot het verstrooien van as moet het gemeentebestuur zo min mogelijk locaties voor de incidentele verstrooiing aanwijzen.

5.3.4 Waterbeheer

De verontreiniging van het oppervlaktewater is voor de SGP een grote zorg. De gemeenten en de waterschappen moeten de handen ineenslaan om dit tegen te gaan. Handhaven van de milieuregels op dit terrein hebben prioriteit. Gezond drinkwater is belangrijk voor iedereen. Ook afwisseling in de woonomgeving, natuurgebieden, recreatiemogelijkheden, economie en veiligheid zijn aspecten van waterbeheer.

5.3.5 Afvalinzameling

De SGP is voorstander van het principe 'de vervuiler betaalt'. Dat principe houdt in, dat hoe minder afval de burgers produceren, des te minder zij daarvoor betalen. De gemeente moet haar burgers stimuleren en faciliteren het afval gescheiden aan te bieden. De SGP wil in het kader van betere afvalscheiding de komende raadsperiode onderzoeken wat hierin mogelijk is. Dit in nauwe samenwerking met en zo mogelijk afgestemd op de wensen van de burger. Met als doel het gezamenlijk terugdringen van restafval.

5.3.6 Natuur en openbaar groen

Natuur- en groengebieden moeten worden beschermd. Een middel daartoe kan het opstellen van een natuur- en landschapsplan zijn. De ontwikkeling van (nieuwe) natuurgebieden, mogelijk deel uitmakend van de ecologische hoofdstructuur, wordt niet op voorhand afgewezen. De agrarische bedrijfsvoering mag daardoor echter niet worden belemmerd. Op vrijwillige basis worden agrariërs betrokken bij het natuur- en landschapsbeheer. Aan het groenonderhoud mogen eisen worden gesteld. De SGP is voor regelmatiger en doeltreffender onderhoud van het openbare groen. Dit moet worden geïntensiveerd. Doelmatig en beter.

5.3.7 Buitenspeelruimten en speelmogelijkheden

Bij de inrichting van de openbare ruimte mag het kind niet ‘het kind van de rekening’ zijn. Concreet: er moeten voldoende buitenspeelruimten en gevarieerde speelmogelijkheden zijn. In de door de SGP bepleitte beschrijving van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving in de tekst van het bestemmingsplan (zie hieronder) moet aan dit onderwerp blijvend aandacht worden geschonken.

5.4 Wonen

5.4.1 Wonen in onze gemeente

Eén van de belangrijkste eisen die burgers stellen aan hun woonomgeving is dat deze van een goede kwaliteit moet zijn. Het gaat dan niet alleen om een goede woning, maar ook om zaken als de aanwezigheid van voorzieningen, groen, goede infrastructuur en voldoende openbaar vervoer.

SGP pleit ervoor, bij de beschrijving van bestemmingsplannen nadrukkelijk aandacht te besteden aan kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Voor zover het in het vermogen van het gemeentebestuur ligt, wordt bij de aanleg van een nieuwbouwwijk, deze in een zo vroeg mogelijk stadium voorzien van goede infrastructuur. Ook bereikbaarheid van het openbaar vervoer is punt van aandacht.

5.4.2 Volkshuisvesting

De SGP vindt het belangrijk dat voor de samenstelling van een nieuwe woonwijk, of herinrichting van een wijk, een balans gevonden wordt in de woningdifferentiatie; sociaal, middelduur, duur. Toch zal een en ander aan de 'marktwerking' moeten worden overgelaten. Dit ter voorkoming van extra stagnatie in de ontwikkeling van woonwijken. Het moet voor starters en éénverdieners mogelijk zijn een eigen woning te kunnen kopen. Ook mogelijkheden voor particulieren moeten bekeken worden in de context van de totale woningbouwtaakstelling. De wenselijkheid om de burgers meer te betrekken bij de inrichting van hun woning wordt door de SGP onderschreven, voor zover de mogelijkheden daartoe aanwezig zijn. Ook zal de vergrijzing van de bevolking verder toenemen. Bij de woningbouw moet deze ontwikkeling dan ook nadrukkelijk bij de beleidsvorming worden meegenomen. De behoefte aan senioren- en ouderenwoningen zal alleen maar toenemen. Bij eisen die aan deze woningen gesteld worden, kan worden gedacht aan bereikbaarheid, gelijkvloerse woonruimte, alarmering, minder aantal kamers maar niet minder ruimte. De mogelijkheden van aanpasbaar en aangepast bouwen moeten bij de planuitvoering optimaal worden benut. Dat komt dan ook de minder valide medeburgers ten goede. Een doelstelling binnen de WMO.

Aan plannen voor het bouwen of aanpassen van bestaande woningen tot woningen waarin meerdere generaties kunnen wonen, verleent de SGP haar steun. Op deze manier is het mogelijk dat kinderen de ouders kunnen verzorgen, wanneer zij niet meer zelfstandig kunnen wonen.

De SGP wil ook dat Renswoude in samenwerking  met andere gemeenten binnen FoodValley op zoek gaat naar alternatieven voor de verwarming van nieuwbouwwoningen. De verwarming van onze woningen moet in 2050, in het kader van de energietransitie, niet meer afhankelijk zijn van gas.

5.5 Verkeer en vervoer

5.5.1 Verkeers-(veiligheids)beleid

Bij het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente moet verdient de verkeersveiligheid grote aandacht.

Speciale aandacht wordt gegeven aan routes die door schoolgaande kinderen gebruikt worden. Daar waar dat nodig wordt regionaal samengewerkt. Het vergroten van de verkeersveiligheid rondom scholen vereist goede communicatie tussen gemeente, school en ouders.

Om te komen tot een veiliger N224 (Dorpsstraat) zal de SGP hiervoor blijvend aandacht vragen bij de provincie Utrecht.De SGP staat positief tegenover een mogelijke studie over een rondweg om de kern van Renswoude en zal hiervoor de komende tijd aandacht vragen bij de provincie.  Alle voor- en nadelen dienen dan zorgvuldig te worden afgewogen.

5.5.2 Handhaving

Duurzaam veilig. De komende jaren wordt hieraan verdere uitvoering gegeven. Voor het welslagen van het verkeers-(veiligheids)beleid is echter meer nodig dan alleen maar infrastructurele maatregelen. Verkeershandhaving, communicatie, voorlichting en educatie maken ook onderdeel uit van het beleid. Handhaving is een belangrijk onderdeel van het verkeer en veiligheidsbeleid. In het overleg tussen de politie, het openbaar ministerie (OM) en het gemeentebestuur, waarin de handhavingsprioriteiten worden vastgesteld, moet door de raad voortdurend worden aangedrongen op een consequente handhaving.

De SGP ondersteunt het nemen van snelheidsremmende maatregelen in woonwijken, bijvoorbeeld door het instellen van 30-km gebieden en het afdwingen van streefsnelheid binnen 30-km gebieden door de vormgeving van het straatbeeld. 

Op die manier wordt voorkomen dat allerlei straatmeubilair, zoals paaltjes, drempels en andere obstakels, geplaatst moeten worden. Met de handhaving van deze maatregelen staat of valt het beleid.

5.5.3 Toegankelijkheid en bereikbaarheid

Bij de aanleg en het beheer van wegen, voet- en fietspaden dient altijd rekening te worden gehouden met ouderen, gehandicapten en kleine kinderen. Overzichtelijkheid en eenduidigheid van de wegenstructuur komen de verkeersveiligheid ten goede. Op de rotondes binnen de bebouwde kom heeft het fietsverkeer voorrang.

Toegankelijkheid en bereikbaarheid zijn belangrijke thema’s! Belangrijk aandachtspunt bij het nemen van snelheidsbeperkende maatregelen, functiewijziging of afsluiting van wegen zijn de gevolgen voor de hulpdiensten. Het principe 'iedere seconde telt' is voor de hulpdiensten en de burgers van groot belang.

5.5.4 Onderhoud en schoonmaken wegen

De SGP houdt het gemeentebestuur verantwoordelijk voor een goed onderhoud van de wegen, inclusief de fiets- en voetpaden. Goed onderhoud voorkomt dat de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld voor schade als gevolg van slecht onderhoud.

5.5.5 Openbaar vervoer en fietsgebruik

De SGP is een voorstander van het gebruik van het openbaar vervoer en van de fiets. Om het gebruik van de fiets te bevorderen, heeft de gemeente voor goede fietspaden en fietsroutes gezorgd. Ter vermindering van de sociale onveiligheid dient ieder fietspad van goede verlichting te worden voorzien. Waar nodig moet het gemeentebestuur vervoersmaatschappijen en de provincie wijzen op hiaten in aansluitingen tussen de diverse openbaar vervoerslijnen of in het aanbod (frequentie) van het openbaar vervoer.

6 Economisch perspectief

6.1 Algemeen

Op het terrein van de economie zou het principe van het rentmeesterschap meer opgeld mogen doen dan nu veelal het geval is. Het economische belang wordt vaak van doorslaggevende betekenis geacht. Alles lijkt daaraan ondergeschikt gemaakt te worden. De SGP onderkent het belang van economische groei en economische vooruitgang, maar wil hierbij het rentmeesterschap, het bouwen en bewaren, niet uit het oog verliezen. De SGP hecht groot belang aan economische bedrijvigheid. De SGP vindt het belangrijk dat er voor de ondernemers binnen de gemeentegrenzen een gunstig klimaat heerst. De rol van de gemeente hierin is faciliteren, initiëren en sturen. Economische bedrijvigheid staat niet op zichzelf. De aanleg van bedrijventerreinen of de meer kleinschalige realisatie van bedrijven en horecagelegenheden moet daarom in relatie tot (woon)omgeving beoordeeld worden.

6.2 Economische visie

Bij vernieuwingsprojecten, uitbreiding- en/of herstructureringsopgaven, waarbij economische doelstellingen een wezenlijk onderdeel van deze projecten zijn, zal de gemeente een economische visie moeten ontwikkelen. Bovendien is voor het welslagen van het gemeentelijk economisch beleid lokale en regionale samenwerking, o.a. binnen FoodValley, vereist. Hierbij denken wij aan gemeente-overstijgende vraagstukken en infrastructurele knelpunten.

6.3 Agrarische sector

De agrarische activiteiten in het buitengebied staan onder druk. Het aantal agrariërs dat zijn werkzaamheden beëindigt, neemt toe. De SGP wil het karakter van de landelijke gebieden zoveel mogelijk behouden o.a. door met de blijvende ondernemers binnen de agrarische sector in deze gebieden goed te overleggen. Bouwen in het buitengebied mag niet ten koste gaan van de vitaliteit van de agrarische ondernemers die hun bedrijf voortzetten en/of verder wensen uit te breiden. Door afname van de werkgelegenheid binnen de agrarische sector staat de economische basis van het landelijke gebied onder druk. Deze ontwikkeling creëert bedreigingen maar biedt ook kansen. De leefbaarheid en vitaliteit van het landelijke gebied van de kernen moet behouden en, waar mogelijk, worden verbeterd. Een verbreding door nieuwe en passende economische activiteiten (bv. door functieverandering) is wenselijk. Gedacht kan worden aan het combineren van agrarische activiteiten met het beheer van natuurgebieden en landschappen. De consequenties van functieveranderingen, of van nieuwe activiteiten, dienen vooraf goed te worden afgewogen. De SGP denkt met name aan de gevolgen voor het milieu en eventuele verkeersaantrekkende bewegingen, maar ook aan de economische gevolgen op korte en langere termijn. Ook het terugdringen van fijnstof is voor de SGP een aangelegen punt.

6.4 Detailhandelsvoorzieningen; winkelcentra en horeca, centrumplan

Het is de taak van de gemeente voor de burgers een goed voorzieningenniveau te bevorderen. Niet alleen in het belang van de burgers, maar ook voor de winkeliers. Ontwikkelingen en werkzaamheden t.b.v. de verdere realisering van  het Dorpshart zijn voor iedereen zichtbaar. Een voldoende en op elkaar afgestemd aanbod van winkels, goede bereikbaarheid, parkeerplaatsen en toegankelijkheid zijn basisvoorwaarden voor een goed draaiende middenstand. De SGP is verheugd dat in de raadsperiode 2014 - 2018 het mooie ELGC (Eerstelijns gezondheidscentrum) De Taets is gerealiseerd.

6.5 Zondagssluiting

De SGP is uit principieel en sociaal oogpunt een voorstander van de zondagssluiting van winkels.

7 Maatschappelijk perspectief

7.1 Samen leven in Renswoude

De gemeente moet zich altijd de vraag stellen of het beleid ten aanzien van het aanbod van voorzieningen en de kwaliteit daarvan moet worden bijgesteld. Daarbij zijn niet alleen begrippen als kwantiteit, kwaliteit, efficiency en effectiviteit van belang, maar moeten ook de functie en betekenis van de voorzieningen voor het samenleven in onze gemeente worden bezien. De kwaliteit van de Renswoude is meer dan het beschikbaar stellen van middelen aan tal van voorzieningen. Het belangrijkste is dat de mensen het ook in maatschappelijk opzicht waarderen in onze gemeente te wonen. Het gaat dan echt om iedereen: de jeugd, de ouderen, de minder draagkrachtige burgers etc. Samen vormen zij onze lokale gemeenschap. En voor een ieder is daarin een plaats om samen te wonen, te leren, te werken en te recreëren. Dat alles draagt bij aan de zo nodige sociale cohesie in een tijd van individualisme. Natuurlijk moet het gemeentebestuur niet alles willen regelen. Ook moeten er zaken aan het particuliere initiatief worden overgelaten. Er zijn echter beleidsterreinen  waar de gemeente wel het initiatief moet nemen zoals bv. de bevordering van de doelstellingen zoals verwoord in de WMO en decentralisatie van de zorg.

7.2 Welzijn

7.2.1 Jeugd- en jongerenwerk

De afgelopen jaren is het jeugdbeleid een speerpunt van beleid geweest. 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst' zal de SGP zal zeker beamen. De komende raadsperiode zal het jeugdbeleid opnieuw een belangrijk aandachtspunt worden. De verantwoordelijkheid voor de Jeugdzorg ligt volledig bij de gemeenten. Samenwerking met andere gemeenten binnen FoodValley zorgt mede voor een doeltreffender beleid, dichter bij de jeugd. Voor de SGP is uitgangspunt dat de eerste verantwoordelijkheid voor de jongeren ligt bij de ouders en verzorgers. Dat neemt niet weg dat het gemeentebestuur een rol wil vervullen in Jeugdland. De SGP ziet jeugd- en jongerenbeleid niet als een probleem, maar wil een constructieve bijdrage leveren in dit beleid. Er worden voor de jongeren voldoende passende voorzieningen en activiteiten georganiseerd. Het gezin dient de basis te zijn voor het gezond functioneren van jongeren in de samenleving. Er zijn echter situaties waarin dit niet op gaat. Daarom moeten opvoeders ook bij het beleid worden betrokken.

Het beleid moet gericht zijn op ‘het zoeken naar oplossingen’. De SGP denkt daarbij dan onder andere aan het volgende:

1 Het realiseren van voldoende speelplekken met duurzame speeltoestellen voor de (heel)jonge jeugd, dicht bij de woningen.

Bij de opstelling en aanpassing van bestemmingsplannen wordt rekening gehouden met de inpasbaarheid van de speelvoorzieningen.

2​ Het realiseren van plekken waar de oudere jeugd elkaar kan ontmoeten behoort tot de mogelijkheden. Met de jeugd dienen daarover duidelijke regels te worden afgesproken die voor deze plaatsen gelden.

7.2.2 Jeugd(gezondheid)zorg

Jeugdhulpverlening verdient de aandacht van het gemeentebestuur. Onder de jeugd is een toename van problemen te bespeuren. Mede gevolg van individualisering van de samenleving. Het is nodig de hulpverlening binnen het CJG zo dicht mogelijk bij de jeugd aan te bieden, met inachtneming van de achtergrond en identiteit van de betrokken jongeren. Waar nodig wordt het schoolmaatschappelijk werk ingevoerd, dan wel uitgebreid.

7.2.3 Peuterspeelzalen en kinderopvang

Peuterspeelzalen bieden de mogelijkheid peuters te laten spelen met leeftijdgenootjes. Tevens kunnen de peuterspeelzalen een rol vervullen bij het ontdekken en bestrijden van achterstanden in de ontwikkeling. Hoewel peuterspeelzalen een nuttige functie kunnen vervullen, vindt de SGP dat de realisatie en instandhouding van deze voorzieningen vooral een particuliere initiatief moet zijn. Uitgangspunt is dat een kostendekkend tarief wordt gehanteerd. Profijtbeginsel. Om te voorkomen dat inkomensgroepen tot 110% van het bijstandsniveau buiten de boot vallen, en deelname nodig is, kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. Aan het particuliere initiatief voor een christelijke peuterspeelzaal wordt, in voorkomende geval, door de gemeente voorwaardenscheppend meegewerkt.

Anders dan bij peuterspeelzalen spelen bij kinderopvang (VSO en NSO)andere motieven een rol. Een belangrijke achtergrond van de kinderopvang is de combinatie van arbeid en zorg om daarmee ouders in de gelegenheid te stellen hun sociaal-economische positie te verstevigen en (vooral) de moeders in staat te stellen te gaan werken. Het kabinet heeft dit in de achterliggende jaren gestimuleerd. De gemeenten ontvangen daar financiële middelen voor van het Rijk. Voor de SGP is en blijft het uitgangspunt dat kinderen thuis een 'thuis' hebben. Dat is bijzonder waardevol. Door dat ondergeschikt te maken aan een verbetering van de sociaaleconomische positie wordt voorbijgegaan aan de waarde van het gezin. De SGP vindt kinderopvang daarom geen primaire overheidstaak. Daar waar het wettelijk geregeld is dat een gemeente aan kinderopvang mee moet werken (bv. voorzieningen voor het gemeentelijke personeel) werkt de gemeente mee. Voor het overige wordt kinderopvang wat ons betreft overgelaten aan particulier initiatief en vindt geen subsidie aan de kinderopvang plaats. Voorzieningen als gastouderopvang wordt op basis van gelijkwaardigheid vergoed.

7.2.4 Ouderenbeleid

Het aantal 55-plussers in onze gemeente zal de komende jaren toenemen. Bij de beschrijving van het ruimtelijk perspectief is met deze groeiende groep rekening gehouden ingeval nieuwbouw. Naast het voorzien in voldoende huisvesting zijn ook het aanbod van de zorgvoorzieningen en de kwaliteit daarvan belangrijke aandachtspunten. Doel van het ouderenbeleid is ouderen in de gelegenheid stellen zo volwaardig mogelijk in de samenleving te laten participeren en zelfstandig te kunnen blijven wonen. Weer één van de doelstellingen binnen de WMO! Het gemeentebestuur heeft de maatschappelijke verantwoordelijkheid tot een samenhangend ouderenbeleid. Ouderen moeten zich veilig, nuttig en gewaardeerd voelen. Maatschappelijke participatie is een speerpunt van het welzijnsbeleid voor ouderen.

7.2.5 Bibliotheek

Een goede bibliotheek is waardevol in onze kleine gemeente. De SGP wil zich ook inspannen deze voorziening voor Renswoude te behouden. Naast de kerntaak van de bibliotheek, een vrije laagdrempelige informatievoorziening voor de burgers gericht op culturele en educatieve ontwikkeling en maatschappelijke vorming, en het verstrekken van informatie en het uitlenen van boeken, is Het Trefpunt op dit moment een goede voorziening waar jong en oud elkaar ontmoeten. Er moet naar worden gestreefd dat de boeken, cd's, video's, affiches, tentoonstellingen e.d. niet aanstootgevend, gezagsondermijnend of anderszins, in strijd zijn met de goede zeden.

De SGP staat achter een mogelijke verhuizing van Het Trefpunt naar een centrale plaats in ons dorp.

7.2.6 Monumenten

Ten aanzien van de monumentenzorg moet de gemeente een actief beleid voeren. De gemeente kan een gemeentelijke monumentenlijst vaststellen waarop kerken en/of panden worden geplaatst die niet op de lijst van rijksmonumenten voorkomen, maar waarvan bescherming wenselijk is. De SGP plaatst daarbij wel de kanttekening dat bij de vaststelling van de lijst niet alleen op de monumentale aspecten gelet wordt, maar ook op de economische belangen van de eigenaar. Hetzelfde geldt voor beschermde stads- en dorpsgezichten. Bescherming van het culturele erfgoed is goed, maar bij elke beslissing moet een nuchtere afweging van belangen plaatsvinden. Ook de financiële gevolgen voor de gemeente moeten daarin worden meegenomen.

7.2.7 Recreatie en sport

Voor mensen in deze tijd van spanning, drukte en stress zijn ontspanning en recreatie van groot belang. Recreatie is een breed terrein. Er kan gedacht worden aan verschillende activiteiten. Fietspaden, wandelpaden kunnen in een grote behoefte van de burgers voorzien. Deze voorzieningen moeten dan ook goed onderhouden en verzorgd worden. Ook de sport neemt in de recreatiemogelijkheden een vooraanstaande plaats in. In het kader van de ontspanning is de SGP voor realisering van sportvoorzieningen waarbij eerbiediging van de zondagsrust voor de SGP bepalend is. Het SGP standpunt hierin is helder: niet op zondag, niet professioneel, en kosten in de hand te houden. Onverantwoorde sporten, als bepaalde vechtsporten en sporten met grote risico’s, steunt de SGP evenmin. Soberheid, doelmatigheid en veiligheid zijn belangrijke uitgangspunten.

7.3  Sociale voorzieningen

Er zijn in onze gemeente nog steeds burgers die nauwelijks of wellicht nooit meer aan het werk zullen komen. Voor hen betekent lagere of geen economische groei per definitie verlies in materieel opzicht. Blijvende aandacht voor deze doelgroep is een vereiste, zowel in financieel als maatschappelijk opzicht. Voorkomen moet worden dat deze medeburgers in een sociaal isolement terechtkomen. Zij hebben in onze samenleving evenzeer een plaats. Dit geldt eveneens onze minder valide medeburgers.

Ook IW4 zal komende periode extra aandacht vragen. De landelijke overheid trekt zich ook op het gebied van de sociale werkvoorziening terug. Daarnaast is voor hen van belang dat er bij de inrichting van de openbare ruimten, woningen en gemeentelijke gebouwen met hun (on)mogelijkheden rekening gehouden wordt.

7.3.1 Werken aan werk; sociale activering

Het is een Bijbelse opdracht dat de gemeente burgers ondersteunt, die in een maatschappelijk isolement verkeren of dreigen te raken. Met behulp van de wettelijke instrumenten en lokale initiatieven die binnen de wettelijke kaders passen, probeert de gemeente participatie van deze burgers te bevorderen en/of hen te helpen aan betaald werk. De doelgroep van deze sociale activering kan uit langdurige werklozen, bijstandsgerechtigden, minder validen, WAO-ers, of ook uit ouderen bestaan die in een isolement verkeren of daarin dreigen terecht te komen. Veelal gaat het om burgers die te maken hebben met meerdere problemen.

 7.3.2  UWV; Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid

Bij de totstandkoming van het UWV, waar mensen terechtkunnen voor werk of een uitkering, moet het uitgangspunt blijven: belang van de cliënt staat voorop. Al hebben ook deze mensen een grote maatschappelijke verantwoording. De moeilijk aan werk te helpen burgers verdienen net zoveel hulp en steun als de makkelijkst te re-integreren cliënten.

 7.3.3. Lokale armoedebestrijding

Onderzoek heeft aangetoond, dat het aantal kinderen in huishoudens met een inkomen op of onder het sociale minimum nog steeds toeneemt. Daarnaast zijn er nog huishoudens zonder kinderen, of alleenstaanden, die in armoede leven. Dit kan schrijnende situaties opleveren. De SGP vindt dat dit voorkomen moet worden. Het is een Bijbelse opdracht dat voor deze burgers een goed sociaal vangnet bestaat. Voorop staat dat geprobeerd wordt mensen in hun eigen levensonderhoud te laten voorzien. Bevordering van de arbeidsparticipatie is een belangrijk instrument om de armoede te bestrijden. Daarnaast biedt de gemeente voldoende inkomensondersteuning.

•    Het gemeentebestuur voert een ruimhartig kwijtscheldingsbeleid ten

    aanzien van burgers die, buiten hun toedoen, niet meer aan hun

    financiële verplichtingen kunnen voldoen.

•    Ter voorkoming van schuldhulpverlening wordt door de gemeente

    budgetbegeleiding aangeboden.

Bij de uitvoering van het sociale beleid houdt de gemeente de problematiek van de armoede in het oog. Hoofddoel van beleid is dat de minima door werk weer in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien. Voorkomen moet worden dat arbeidsparticipatie door het gevoerde gemeentelijk beleid tot een grote inkomensachteruitgang gaat leiden. De prikkel om betaalde arbeid te gaan verrichten, moet altijd aanwezig blijven. De gemeente voert regelmatig controles uit op de rechtmatigheid van de uitkeringen. Bij fraude wordt het teveel uitgekeerde bedrag teruggevorderd. Dit houdt in dat de sociale dienst haar administratie op orde dient te hebben.

De Rekenkamercommissie gaat een onderzoek starten naar de gevolgen van armoede(bestrijding) bij kinderen.

 7.3.4. Mindervaliden

Burgers met een (blijvend) handicap behoren normaal te kunnen functioneren in onze gemeenschap. Weer één van de doelstellingen van de WMO! Dit heeft consequenties op alle terreinen. Aangepaste woningbouw, toegankelijke inrichting openbare ruimten, inrichting infrastructuur en een goede dienstverlening aan onze minder valide medeburgers zijn slechts enkele voorbeelden.

7.3.5 Vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk is van groot belang voor het verenigingsleven. Ook de hulp, mantelzorg, aan zorgbehoevende burgers in onze gemeente. De ‘sociale kurken’ waar de samenleving op drijft. Het vrijwilligerswerk staat echter onder druk. De vraag naar vrijwilligers neemt alleen maar toe. Waar mogelijk moet de gemeente het vrijwilligerswerk steunen en stimuleren.

7.4  Onderwijs 

Het onderwijs verdient extra aandacht van uw gemeentebestuur. Het gaat in het onderwijs om de vorming van onze kinderen; de toekomst! Onze verantwoordelijkheid  ligt voornamelijk in het voorzien in goede onderwijshuisvesting, de vormgeving van het lokale onderwijsbeleid en de kostenbeheersing van het leerlingenvervoer.

 7.4.1 Lokaal onderwijsbeleid

Het gemeentebestuur krijgt nog steeds nieuwe taken op het terrein van het onderwijs. In samenwerking met de in onze gemeente vertegenwoordigde scholen stelt het gemeentebestuur een lokale nota onderwijsbeleid op. In die nota wordt een samenhangende visie gegeven op het gemeentelijke onderwijsbeleid.

7.4.2. Onderwijshuisvesting

De gemeente is verantwoordelijk voor degelijke verantwoorde huisvesting van het onderwijs. De middelen die de gemeente daarvoor van de landelijke overheid ontvangt, zijn beperkt. Dit betekent dat het gemeentebestuur keuzes moet maken en prioriteiten moet stellen. Ook voor de toekomst. Besluit over de bouw van een nieuwe Borgwalschool heeft in 2017 in de gemeenteraad zijn beslag gekregen. De nieuwbouw van de Borgwalschool zal in de komende periode gerealiseerd worden.

8     Financieel perspectief

8.1  Algemeen

Om beleid daadwerkelijk uit te voeren, zijn voldoende financiële middelen nodig. Naast de uitkering die de gemeente ontvangt van de landelijke overheid middels het Gemeentefonds heft de gemeente ook belastingen. De belangrijkste daarvan is de onroerende zaakbelasting (OZB). Uitgangspunt moet een gezond en verantwoord financieel beleid zijn. Dit betekent onder meer dat er tegenover structurele uitgaven ook structurele inkomsten moeten staan. Dat kan inhouden dat bezuinigingen worden doorgevoerd of geplande investeringen worden heroverwogen of in een lagere versnelling worden uitgevoerd. Overigens heeft de SGP geen moeite met de jaarlijkse doorberekening van de inflatiecorrectie in de gemeentelijke heffingen en belastingen.

Pas als duidelijk is dat bezuinigingen, investeringsbeperkingen of temporisering van uitgaven geen sluitende begroting in meerjarenperspectief opleveren, kan tot extra verhoging van de gemeentelijke belastingen / heffingen worden overgegaan. Deze mogen niet uit balans raken. Deze integrale benadering is bovendien ook nodig, omdat bij bepaalde taken kostendekkendheid uitgangspunt is. Denk bijvoorbeeld aan de leges, de afvalstoffen- en rioolheffing. De gemeenteraad krijgt een tussentijdse rapportage over de financiële stand van zaken. Daarbij wordt ook aandacht geschonken aan de budgetbewaking, de financiële geldstromen en de stand van de reserves. De jaarrekening wordt tijdig bij de raad ingediend. Bij de aanbieding van de begroting wordt duidelijk welke zaken al dan niet in de begroting zijn opgenomen en waarom . De gemeenteraad moet kunnen beoordelen of het college de juiste keuzes maakt. Het vaststellen, periodiek bijstellen, van een nota reserves en voorzieningen levert eveneens een goede bijdrage aan het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De vorming en instandhouding van reserves is van belang voor de betaalbaarheid en beheersbaarheid van de lokale lasten.

8.2  Transparantie en verantwoording

De laatste jaren is door verschillende ontwikkelingen steeds meer nadruk komen te liggen op de transparantie van het door de gemeente gevoerde financieel beleid. 

De door de gemeente opgestelde jaarrekening moet voorzien worden van een accountantsverklaring. In het kader van de invoering van het dualisme is het verplicht dat de gemeente een lokale rekenkamer of rekenkamercommissie heeft ter controle. Voor de SGP is bij het instellen van een dergelijk orgaan onafhankelijkheid een belangrijk uitgangspunt. Bovendien moet het tot de bevoegdheden van de lokale rekenkamercommissie behoren zelf een onderzoek te starten naar een onderdeel van het gemeentelijk reilen en zeilen (bijvoorbeeld het gemeentelijke subsidiebeleid).

8.3  Subsidiebeleid

Bij het verlenen van subsidies zal altijd goed voor ogen moeten worden gehouden dat  het hierbij gaat over gemeenschapsgeld. Subsidies hebben niet per definitie een blijvend karakter. Verlenen en verkrijgen van subsidies zijn geen doel op zich. Een zuinig en verantwoord beheer is geboden. Het verdient aanbeveling het subsidiebeleid buiten de portefeuille van de wethouder van financiën te houden. 

De basis voor het verlenen van subsidies is een door de raad vast te stellen subsidienota met bijbehorende algemene verordening welzijnsbeleid. In deze verordening wordt bepaald dat jaarlijks een subsidieplafond wordt vastgesteld. Naast de regels uit de Algemene wet bestuursrecht die op de subsidieverlening van toepassing zijn, worden onder andere de volgende criteria gehanteerd:

•    de te subsidiëren activiteiten behoren duidelijk omschreven te zijn

•    bij strijdigheid met christelijke waarden en normen wordt geen

    subsidie verleend

•    subsidies kunnen worden verleend wanneer zij het publieke nut en/of

    welzijn van de burgers van de gemeente Renswoude dienen        

•    op basis van een verantwoording vindt controle plaats of de subsidie daadwerkelijk besteed is aan het daarvoor bestemde doel

Het subsidiebeleid zal aan het einde van de raadsperiode 2014 - 2108 worden geëvalueerd. Mogelijke wijzigingen in het subsidiebeleid zullen in de nieuwe raadsperiode worden vastgesteld.

 

SGP fractie Renswoude

 

Henk van der Schoor

Henk Don

Jeroen Heijboer

Johan Flier

Harmen Hardeman

 

 @ h.vanderschoor@renswoude.org